Op 25 april 2019 heeft de verdachte geprobeerd in te breken in een woning te Rotterdam door met een schroevendraaier de deur te forceren, maar dit misdrijf is niet voltooid. Op 17 april 2019 heeft hij een voltooide inbraak gepleegd in een school te Rotterdam waarbij meerdere hoofdtelefoons werden gestolen.
De rechtbank baseerde haar oordeel op getuigenverklaringen, camerabeelden en forensisch onderzoek, waaronder de vondst van een schroevendraaier nabij de verdachte die waarschijnlijk bij de poging tot woninginbraak is gebruikt. De verdachte werd herkend op camerabeelden in de school door meerdere verbalisanten en een wijkagent. De verdediging voerde aan dat het bewijs onvoldoende was en dat er verschillen waren in het signalement, maar de rechtbank achtte het bewijs wettig en overtuigend.
De rechtbank oordeelde dat de feiten strafbaar zijn en dat de verdachte strafbaar is. Gezien de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn gepleegd en de eerdere veroordelingen van de verdachte, werd een gevangenisstraf opgelegd van zes maanden, iets lager dan de eis van zeven maanden. De tijd in voorlopige hechtenis wordt in mindering gebracht.