Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.Onderzoek op de terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Eis officier van justitie
- vrijspraak van het onder 3 ten laste gelegde;
- bewezenverklaring van het onder 1 en 2 ten laste gelegde;
- veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van zes weken met aftrek van voorarrest, waarvan vier weken voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar alsmede een taakstraf van 240 uren te vervangen door 120 dagen hechtenis.
4.Ontvankelijkheid officier van justitie
aangezien de gestelde feiten in de tenlastelegging, gelet op de uitspraak in civilibus, niet of onvoldoende zijn onderzocht en de dagvaarding aldus een obscure samenhang van feiten is in strijd met hetgeen de civiele rechter eerder heeft vastgesteld.” De strekking van dit verweer van de raadsman is de rechtbank niet duidelijk. Het voldoet in ieder geval niet aan de eisen die mogen worden gesteld aan een verweer waarop de rechter gehouden is een met redenen omklede beslissing te geven. Gelet hierop zal de rechtbank op het verweer van de raadsman niet verder reageren.
De officier van justitie is ontvankelijk.
5.Waardering van het bewijs
–telkens valselijk heeft opgemaakt , immers heeft zij, verdachte, telkens valselijk in strijd met de waarheid, -zakelijk weergegeven-
370.661,58 euro) hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en listiglijk en/ bedrieglijk en/in strijd met de waarheid
6.Strafbaarheid feiten
7.Strafbaarheid verdachte
8.Motivering straf
9.In beslag genomen voorwerpen
10.Vordering benadeelde partij
11.Toepasselijke wettelijke voorschriften
12.Bijlagen
13.Beslissing
gevangenisstraf voor de duur van 15 (vijftien) maanden;
- verklaart verbeurd als bijkomende straf voor de feiten 1 en 2, de goederen zoals opgenomen op de beslaglijst onder de nummers 72, 73, 75, 76, 77, 78, 85, 86 en 87;