ECLI:NL:RBROT:2019:6734
Rechtbank Rotterdam
- Wraking
- J. van den Bos
- M.G.L. de Vette
- N. Doorduijn
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen kinderrechter bij verlenging uithuisplaatsing minderjarige
Verzoekster diende een wrakingsverzoek in tegen de kinderrechter die op 25 juli 2019 beslissingen nam omtrent de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van haar minderjarige kinderen. Zij was het niet eens met de beslissingen, waaronder de aanhouding van de behandeling in afwachting van een onderzoek door Zoeklicht en de verlenging van de uithuisplaatsing tot 1 september 2019.
Verzoekster stelde tevens dat zij onvoldoende gelegenheid had gekregen haar standpunt toe te lichten en dat de rechter de stukken die zij had overhandigd niet had teruggegeven. De rechter ontkende vooringenomenheid en verwees naar het proces-verbaal waarin blijkt dat verzoekster ruim gelegenheid had gekregen haar standpunt te presenteren.
De wrakingskamer overwoog dat een onwelgevallige beslissing op zichzelf geen grond voor wraking vormt, tenzij deze zo onbegrijpelijk is dat vooringenomenheid aannemelijk is. De motivering en begrijpelijkheid van de beslissingen boden geen aanwijzing voor partijdigheid. Ook de wijze waarop de rechter de zitting leidde was binnen zijn bevoegdheid en bood geen grond voor wraking.
De wrakingskamer concludeerde dat de aangevoerde gronden onvoldoende waren om het wrakingsverzoek toe te wijzen en wees het verzoek af. De beslissing werd uitgesproken door een meervoudige kamer van de rechtbank Rotterdam op 6 augustus 2019.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de kinderrechter wordt afgewezen wegens gebrek aan aanwijzingen voor vooringenomenheid.