ECLI:NL:RBROT:2019:6742

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
10 juli 2019
Publicatiedatum
23 augustus 2019
Zaaknummer
577513 / HA RK 19-781
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Wraking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 512 SvArt. 9.1 Wrakingsprotocol rechtbank Rotterdam
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing wrakingsverzoek wegens kennelijke niet-ontvankelijkheid na beslissing gevangenhouding

Op 4 juli 2019 behandelde de raadkamer van de rechtbank Rotterdam de vordering van de officier van justitie tot gevangenhouding van de verdachte. De advocaat van de verdachte had vooraf per e-mail laten weten dat hij door vertraging later zou arriveren en verzocht om uitstel van de behandeling. De rechters behandelden de zaak echter tussen 12.00 en 12.45 uur zonder de aanwezigheid van de advocaat en namen een beslissing tot gevangenhouding voor veertien dagen.

Na de beslissing, om 13.38 uur, diende de advocaat een wrakingsverzoek in tegen de rechters, stellende dat er sprake was van vooringenomenheid omdat de zaak zonder zijn aanwezigheid was behandeld. De rechtbank stelde vast dat het wrakingsverzoek niet tijdig was ingediend, aangezien de zaak al was afgerond op het moment van het verzoek.

De rechtbank overwoog dat een wrakingsverzoek mondeling ter zitting of schriftelijk vóór het einde van de behandeling moet worden ingediend. De advocaat had weliswaar geprobeerd de rechtbank te informeren over zijn vertraging, maar deze mededeling was niet tijdig ontvangen door de rechters. Daarnaast betrof de klacht gedragingen van de parketpolitie en griffie, die niet onder het wrakingsmiddel vallen.

De rechtbank concludeerde dat het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk was en wees het af zonder mondelinge behandeling. Hiermee werd bevestigd dat het wrakingsmiddel niet kan worden ingezet nadat de rechter al een einduitspraak heeft gedaan.

Uitkomst: Het wrakingsverzoek is afgewezen wegens kennelijke niet-ontvankelijkheid omdat het verzoek pas na de beslissing tot gevangenhouding werd ingediend.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Meervoudige kamer voor wrakingszaken
Zaaknummer / rekestnummer: 577513 / HA RK 19-781
Beslissing van 10 juli 2019
op het verzoek van
[naam verzoeker],
geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],
wonende te [adres],
gedetineerd in PI [naam en plaats PI],
verzoeker,
advocaat mr. T.S. Kessel,
strekkende tot wraking van:
mr. P. Putters,
mr. A. Helloen
mr. G.A.J.M. van Vugt,rechters in de rechtbank Rotterdam, team straf 3 (hierna: de rechters).

1.Het procesverloop en de processtukken

Ter zitting van de raadkamer in deze rechtbank op 4 juli 2019, in welke kamer de rechters zitting namen, is behandeld de vordering van de officier van justitie in dit arrondissement van 4 juli 2019 strekkende tot gevangenhouding van verzoeker in de strafzaak tegen verzoeker als verdachte met parketnummer 10/040861-19.
Op 4 juli 2019 hebben de rechters als voormelde raadkamer de gevangenhouding van verzoeker als verdachte bevolen voor een termijn van veertien dagen.
Bij e-mailbericht van 4 juli 2019 te 13.38 uur heeft de advocaat van verzoeker wraking van de rechters verzocht.
Aan de wrakingskamer is ter beschikking gesteld het dossier van de hiervoor omschreven strafzaak, waarin zich onder meer bevindt:
  • het e-mailbericht van de advocaat van verzoeker aan de rechtbank, gedateerd 4 juli 2019 te 11.42 uur;
  • het bevel tot gevangenhouding van verzoeker, gedateerd 4 juli 2019.
Behalve van de hiervoor genoemde stukken heeft de wrakingskamer voorts kennis genomen van:
  • het e-mailbericht van rechter mr. Putters aan de algemeen secretaris van de wrakingskamer, gedateerd 4 juli 2019 te 15.05 uur;
  • het e-mailbericht van de griffier van de raadkamer aan de algemeen secretaris van de wrakingskamer, gedateerd 5 juli 2019 te 11.48 uur;
  • de brief van de algemeen secretaris van de wrakingskamer aan de advocaat van verzoeker, gedateerd 5 juli 2019 (behalve per post tevens per e-mail verzonden aan de advocaat op 5 juli 2019 te 14.33 uur);
  • het e-mailbericht van de advocaat van verzoeker aan de algemeen secretaris van de wrakingskamer van 5 juli 2019 te 15.05 uur.

2.De ontvankelijkheid van het verzoek

2.1
Wraking is een middel ter verzekering van de onpartijdigheid van de rechter. Op grond van hetgeen is bepaald in artikel 512 van Pro het Wetboek van Strafvordering (Sv) kan de rechter die een zaak behandelt worden gewraakt. Het middel is derhalve toegekend aan een partij die wenst te voorkomen dat een rechter die jegens een partij een vooringenomenheid koestert, althans aan een partij die dienaangaande bestaande vrees heeft die objectief gerechtvaardigd is, (nog langer) bemoeienis met de zaak zal hebben. Dat doel kan niet meer worden bereikt als de rechter reeds een einduitspraak heeft gedaan omdat de behandeling van de zaak daarmee is geëindigd.
2.2
De wrakingskamer neemt hieromtrent het volgende in aanmerking.
2.3
Door de advocaat is op 4 juli 2019 te 11.42 uur een e-mailbericht gestuurd naar het
e-mailadres van Strafrecht raadkamer Dordrecht en naar het e-mailadres van Strafrecht rechtbank Rotterdam, waarin de advocaat meedeelt:
Onderwerp: [naam verzoeker]/OM parketnummer 10-040861-19
Urgentie: Hoog
Edelachtbare Vrouwe/Heer,
Vandaag vindt te 12.00 uur (3) de behandeling van de vordering gevangenhouding in opgemelde zaak plaats. Client heeft afstand gedaan. Echter, ik wil graag als raadsman optreden in raadkamer. In verband met een vertraging door uw collega ben ik niet in
staat tijdig in Dordrecht te zijn. De vertraging is bij het versturen van deze mail meer dan een half uur.
Uitdrukkelijk verzoek ik u de behandeling van opgemelde zaak aan te houden tot aan het moment dat ik in Dordrecht ben gearriveerd.
Hoogachtend,
T.S. Kessel
2.4
Het wrakingsverzoek, ingediend door de advocaat van verzoeker per voormeld e‑mailbericht van 4 juli 2019 (13.38 uur) houdt onder meer het volgende in:
Onderwerp: wraking college raadkamerzitting d.d. heden 12.00 uur (3) [naam verzoeker] parketnummer 10-040861-19
Urgentie: Hoog
Edelachtbare Vrouwe /Heer,
Hierbij wraak ik Uw College in opgemelde procedure.
De navolgende reden ligt hier samengevat aan ten grondslag:
De zitting stond in het blok van 12.00 als derde gepland. Cliënt heeft afstand gedaan. Echter, ik heb via alle mogelijke kanalen aangeven wel ter zitting te willen verschijnen maar was vanwege een vertraging bij uw collega iets meer dan een half uur vertraagd. Zulks was zowel telefonisch als per mail aangegeven.
Wie schetst mijn verbazing op het moment dat ik 12.45 uur in de rechtbank arriveer! De zaak is zonder mij behandeld.
Ik ben van mening dat daaruit een vooringenomenheid kan blijken. Er viel het nodige op te merken over de vordering. Daar wilde u niet op wachten terwijl klip en klaar was aangegeven wanneer ik korte tijd na 12.00 uur zou arriveren. U wilde kennelijk snel door
zonder prijs te stellen op hetgeen de raadsman had te melden.
Rest mij slechts u te wraken alvorens u heeft besloten op de vordering. De wraking zal bij een eventuele wrakingszitting nader worden geduid maar is nu beperkt vanwege de korte duur die ik had.
Hoogachtend,
T.S. Kessel
2.5
Door rechter mr. Putters is per e-mailbericht van 4 juli 2019 (15.05 uur) – voor zover hier van belang – het volgende meegedeeld:
Geachte collega,
Onderstaand zend ik u een wrakingsverzoek van de hand van mr. Kessel. Ter toelichting daarop een kort resumé van de feiten.
De zaak van de cliënt van mr. Kessel (verdachte [naam verzoeker]) stond vanmorgen geappointeerd op de raadkamerzitting voor het blok van 12:00 uur. In de loop van de ochtend kwam het bericht dat de verdachte een afstandsverklaring had getekend en dus niet aanwezig zou zijn bij de behandeling van zijn zaak. Ons heeft in raadkamer geen bericht bereikt omtrent de aan- of afwezigheid van mr. Kessel. Toen de behandeling van de zaak van de verdachte [naam verzoeker] is aangevangen (ergens tussen 12:00 uur en 12:30 uur) is vastgesteld dat de raadsman zonder bericht afwezig was en is de vordering van de ovj tot gevangenhouding van de verdachte behandeld. Vóór 12:45 uur is op de vordering van de officier positief beslist. Eerst om 12:50 uur (volgens de parketpolitie) arriveerde mr Kessel. Hij heeft vervolgens om 13:38 uur per mail onderstaand wrakingsverzoek gedaan.
Ik wacht vooralsnog uw berichten af alvorens een meer inhoudelijke reactie te geven op het verzoek.
Met vriendelijke groet,
mr. P. ([voornaam voluit]) Putters
senior-rechter
2.6
Door de griffier van de raadkamer, mevrouw [naam], is per voormeld e-mailbericht van 5 juli 2019 (11.48 uur) – voor zover hier van belang – het volgende meegedeeld:
Ik was zelf griffier bij deze zaak.
[…]
Verder is er bij ons om 11.44 uur kennelijk een mail binnengekomen van mr. Kessel. Verzonden aan raadkamer mailbox Rotterdam en Raadkamer mailbox Dordrecht.
In deze mail deelt hij mede dat hij te laat is.
Deze mail heeft ons tijdens de zitting niet bereikt. Tijdens de zitting is door mij en door een collega (op de griffie) in de mailbox gekeken en deze mail hebben wij niet aangetroffen.
Vandaag is deze mail boven water gekomen in de map “verwijderde items”.
Deze mail voeg ik bij in de bijlage.
De rechtbank was tijdens de zitting dus niet op de hoogte dat mr. Kessel later zou komen.
De zaak stond gepland om 12.00 uur. Mr. Kessel is ook opgeroepen voor dat tijdstip.
Mr. Kessel arriveerde, volgens de parketpolitie, ergens tussen 12.50 uur/12.55 uur.
2.7
De hiervoor in overwegingen 2.5 en 2.6 weergegeven informatie is per brief van 5 juli 2019 en per e-mailbericht van 5 juli 2019 (14.33 uur) gedeeld met de advocaat van verzoeker. Deze heeft – daartoe in de gelegenheid gesteld – daarop gereageerd per e-mailbericht van
5 juli 2019 (15.05 uur) en wel als volgt:
Betreft: Re: brief van de wrakingskamer
Edelachtbare Heer,
Ik trek mijn wrakingsverzoek zeker niet in. Tijdig meldde ik via de parketpolitie dat de rechtbank in Rotterdam meer dan een half uur vertraging had. Daarnaast liet ik ruim voor twaalf uur via de mail weten dat ik vanwege voornoemde reden later zou komen.
Bij aankomst in de rechtbank heb ik mij direct gemeld en was er nog een zaak bezig. De officier van justitie kwam ik later, toen ik op de gang stond te wachten, tegen.
Diverse keren verzocht ik de parketpolitie of ik binnen mocht komen. Daarnaast heb ik getracht de griffier te bereiken. Van alle kanten werd zulks onmogelijk gemaakt. Daarna ben ik naar kantoor gegaan en heb de rechtbank gewraakt. Echter, tevoren (voordat ik naar kantoor fietste) had ik zulks geroepen tegen parketpolitie met het verzoek dit onmiddellijk door te geven aan de voorzitter van de raadkamer. Men zou dit doen.
Daarnaast zal ik een klacht tegen de rechtbank Rotterdam indienen, waarbij het kennelijk onmogelijk is aan te geven dat als collega's van de rechters voor vertraging zorgen, en dat kennelijk op geen enkele wijze kan worden gemeld dat je later aankomt en men niet met de behandeling moet aanvangen.
Het spijt mij mijn argwaan te moeten uitspreken ten aanzien van de gang van zaken waarbij een mail toevallig in de verwijderde items tevoorschijn komt en waarbij parketpolitie kennelijk niets doorgeeft en er toevallig net is beslist op het moment dat ik arriveer.
De gang van zaken vind ik op z'n zachtst gezegd merkwaardig en zal mijn wrakingsverzoek handhaven.
Hoogachtend,
mr. T.S. Kessel
Advocaat
2.8
Op grond van de hiervoor weergegeven inhoud van de genoemde berichten staat vast dat op 4 juli 2019 op de zitting van de rechters als raadkamer te 12.00 uur was geappointeerd de behandeling van de vordering van de officier van justitie tot gevangenhouding van verzoeker.
Voorts is voldoende komen vast te staan dat de advocaat van verzoeker per e-mailbericht van 4 juli 2019 te 11.42 uur aan de rechtbank heeft meegedeeld dat hij als raadsman wilde optreden in raadkamer, dat hij inmiddels door uitloop van een andere zitting van de rechtbank een half uur was vertraagd en dat hij de raadkamer verzocht de zaak aan te houden totdat hij in Dordrecht zou zijn gearriveerd.
Op 4 juli 2019 hebben de rechters op enig tijdstip tussen 12.00 uur en 12.45 uur ter zitting als raadkamer de vordering tot gevangenhouding van verzoeker behandeld, waarbij zowel verzoeker – die afstand had gedaan – als de advocaat niet zijn verschenen. In diezelfde tijdsperiode hebben de rechters vervolgens een beslissing genomen op de vordering tot gevangenhouding. Met die beslissing is de behandeling van de zaak door de rechters geëindigd.
2.9
Het verzoek tot wraking van de rechters is nadien, per e-mailbericht van 4 juli 2019 te 13.38 uur ingediend. Uit het vorenstaande volgt dat de rechters de zaak van verzoeker niet meer behandelden op het moment dat het verzoek tot wraking is gedaan.
2.1
Hetgeen namens verzoeker voorts nog is aangevoerd kan niet tot een ander oordeel leiden. Immers, een verzoek tot wraking dient mondeling ter zitting te worden gedaan, dan wel schriftelijk te worden ingediend. De gestelde mededeling van de advocaat dat hij tevoren, voordat hij het wrakingsverzoek op kantoor indiende, naar de parketpolitie had geroepen dat hij de rechtbank wraakte, voldoet niet aan deze vormvereisten. De omstandigheid dat de advocaat relatief kort voor aanvang van de zitting per e-mailbericht had verzocht zijn komst af te wachten, maakt dit oordeel evenmin anders, nu dit bericht de rechters niet, althans niet tijdig heeft bereikt en het op zo korte termijn langs digitale weg vragen om aanhouding van de behandeling van een vordering gevangenhouding op een zitting voor risico van verzoeker komt.
De overige klachten van de advocaat ten aanzien van de wijze waarop de parketpolitie en de administratie van de rechtbank hebben gehandeld met zijn berichten en zijn mondelinge verzoeken, hebben geen betrekking op feiten en omstandigheden aan de zijde van de rechters in de zin van artikel 512 Sv Pro.
2.11
Het voorgaande leidt tot de conclusie dat verzoeker kennelijk niet-ontvankelijk is in het verzoek tot wraking van de rechters. Het verzoek zal op die grond, met toepassing van het bepaalde in artikel 9.1, aanhef en onder c, van het Wrakingsprotocol van deze rechtbank en zonder mondelinge behandeling van het verzoek ter zitting, worden afgewezen.

3.De beslissing

De rechtbank:
- wijst af het verzoek tot wraking van mr. P. Putters, mr. A. Hello en mr. G.A.J.M. van Vugt wegens kennelijke niet-ontvankelijkheid.
Deze beslissing is gegeven door mr. P. Joele, voorzitter, mr. W.P.M. Jurgens en mr. I.K. Rapmund, rechters en door de voorzitter uitgesproken ter openbare terechtzitting van
10 juli 2019 in tegenwoordigheid van J.A. Faaij, griffier.
Verzonden op:
aan:
- mr. T.S. Kessel
- mr. P. Putters
- mr. A. Hello
- mr. G.A.J.M. van Vugt
- mr. H.A.L.M. de Kort