De Raad voor de Kinderbescherming verzocht de rechtbank Rotterdam om ondertoezichtstelling van twee jonge kinderen vanwege zorgen over de opvoedsituatie. De moeder kampt met psychiatrische problematiek, waaronder een postnatale depressie en psychose, waardoor zij onvoldoende beschikbaar is voor de kinderen. De vader heeft tijdelijk zijn werk stopgezet om voor de kinderen te zorgen.
De gecertificeerde instelling (GI) en de Raad benadrukten de noodzaak van hulpverlening, maar het wijkteam Ridderkerk kon vanwege een taalbarrière geen hulp bieden. De ouders staan open voor hulpverlening en de situatie voldoet formeel niet aan de wettelijke criteria voor ondertoezichtstelling.
De kinderrechter constateerde dat de kinderen ernstig in hun ontwikkeling worden bedreigd en dat de vrijwillige hulpverlening niet van de grond komt. Daarom werd ondanks het ontbreken van wettelijke gronden toch een ondertoezichtstelling uitgesproken voor negen maanden, met als doel het gezin de noodzakelijke ondersteuning te bieden.