ECLI:NL:RBROT:2019:7013
Rechtbank Rotterdam
- Wraking
- M. Fiege
- M.G.L. de Vette
- E.A. Vroom
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek rechter wegens vermeende vooringenomenheid in civiele procedure
In een civiele procedure tussen meerdere eisers en een gedaagde vond op 4 juni 2019 een comparitie van partijen plaats voor de rechtbank Rotterdam. Verzoekers dienden op 7 juni 2019 een wrakingsverzoek in tegen de rechter wegens vermeende vooringenomenheid, onder meer gebaseerd op uitspraken over het advocatenkantoor van verzoekers en de wijze waarop de zitting werd geleid.
De rechter ontkende vooringenomenheid en gaf aan dat zijn opmerkingen over het advocatenkantoor niet negatief waren bedoeld. Tijdens de comparitie voerde de rechter zijn taak uit door het geschil ruimer te bespreken, vorderingen te kwalificeren en partijen vragen te stellen, zonder buiten de rechtsstrijd te treden of partij te kiezen.
De wrakingskamer oordeelde dat er geen zwaarwegende aanwijzingen zijn dat de rechter niet onpartijdig was. Ook was niet gebleken dat de rechter gedaagde meer ruimte gaf dan verzoekers. Het wrakingsverzoek werd daarom afgewezen, waarmee de onpartijdigheid van de rechter werd bevestigd.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter is afgewezen wegens het ontbreken van zwaarwegende aanwijzingen voor vooringenomenheid.