Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 3 december 2018;
- het verzoek verlof hoger beroep in het deelgeschil aan de zijde van Allianz;
- de referte aan de zijde van [gedaagde] .
2.De overwegingen
3.De beslissing
2 oktober 2019.
Rechtbank Rotterdam
In deze civiele procedure heeft de rechtbank Rotterdam op 30 januari 2019 uitspraak gedaan over een verzoek van Allianz Benelux N.V. tot toestemming voor tussentijds hoger beroep in een deelgeschilprocedure. Het deelgeschil betrof de vaststelling van het causaal verband tussen de klachten van de gedaagde en een ongeval op 3 november 2011.
Eerder, bij beschikking van 7 juni 2017, had de rechtbank vastgesteld dat er een juridisch causaal verband bestaat tussen de klachten van de gedaagde en het ongeval, en dat de arbeidsongeschiktheid en schade aan arbeidsvermogen aan het ongeval toegerekend moeten worden. Allianz wenste tegen deze beschikking hoger beroep in te stellen.
De rechtbank overwoog dat de beschikking in de deelgeschilprocedure een beslissing over de materiële rechtsverhouding tussen partijen bevat en dat de bodemrechter in beginsel aan deze beslissing gebonden is. Gezien het feit dat Allianz zich niet kan verenigen met de beslissing en dit aan een hogere instantie wil voorleggen, en met het oog op proceseconomische efficiëntie, besloot de rechtbank het tussentijds hoger beroep toe te staan.
De zaak werd vervolgens verwezen naar de parkeerrol in afwachting van het hoger beroep. Dit vonnis werd gewezen door mr. W.J. van den Bergh en in het openbaar uitgesproken op 30 januari 2019.
Uitkomst: De rechtbank staat tussentijds hoger beroep toe tegen de deelgeschilbeschikking over het causaal verband en verwijst de zaak naar de parkeerrol.