ECLI:NL:RBROT:2019:7054
Rechtbank Rotterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Goedkeuring kantonrechter voor beheer geldvordering minderjarige erfgenamen na overlijden partner
Op 22 november 2017 overleed de partner van verzoeker, moeder van hun twee minderjarige kinderen. Volgens de verklaring van erfrecht zijn de kinderen erfgenaam van hun moeder en hebben zij een geldvordering op hun vader ter grootte van hun erfdeel.
Verzoeker wenst deze vordering vast te stellen op €23.832,74 per kind en vraagt machtiging op grond van artikel 1:345 BW Pro. Tevens wil hij het bedrag op aparte bankrekeningen op naam van elk kind storten, met een vruchtgebruik voor zichzelf om het geld te beschermen totdat de kinderen volwassen zijn.
De kantonrechter oordeelt dat het verzoek voldoende is onderbouwd en verleent de machtiging. Omdat vruchtgebruik op geld niet expliciet in de wet is geregeld, neemt de kantonrechter een eigen beslissing op grond van artikel 4:26 lid 1 BW Pro en keurt het beheer en de voorwaarden goed, waaronder het vruchtgebruik voor verzoeker en de beperking van beschikking door de kinderen tot hun 28e verjaardag.
Het meer of anders verzochte wordt afgewezen. De beschikking is uitgesproken op 8 augustus 2019 door kantonrechter A.J.L.M. van der Wildt.
Uitkomst: Kantonrechter verleent machtiging en goedkeuring voor vaststelling en beheer van geldvorderingen van minderjarige kinderen met vruchtgebruik voor verzoeker.