ECLI:NL:RBROT:2019:751
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- E.M. Havik
- J.J. van den Berg
- L. Daum
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs accijnsontduiking gasolie bunkertanks binnenvaartschip
De rechtbank Rotterdam behandelde de zaak tegen een verdachte rechtspersoon die werd verdacht van het onttrekken van gasolie aan accijnsheffing door het gebruik van gasolie met een te laag gehalte aan kleurstof Solvent Yellow 124 in de bunkertanks van een binnenvaartschip.
De verdediging voerde aan dat de verdachte geen invloed had op de samenstelling van de gebunkerde gasolie en dat uit analyses bleek dat gasolie bij Nederlandse bunkerstations niet altijd het vereiste kleurstofgehalte bevatte. Over Belgische bunkerstations was geen informatie beschikbaar. Hierdoor kon niet worden uitgesloten dat de verdachte op legale wijze gasolie had gebunkerd die niet aan de kleurstofeisen voldeed.
De officier van justitie erkende dit standpunt en vorderde vrijspraak. De rechtbank oordeelde dat het bewijs onvoldoende was om te concluderen dat de verdachte opzettelijk gasolie had voorhanden gehad die niet in de accijnsheffing was betrokken. Ook het tweede feit werd niet wettig en overtuigend bewezen verklaard.
De rechtbank vernietigde de eerder uitgevaardigde strafbeschikking en sprak de verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten.
Uitkomst: Verdachte vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs dat gasolie niet aan accijnsregels voldeed.