Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.Het verloop van de procedure
- de dagvaarding, met producties;
- de schriftelijke reactie van [gedaagde] , met producties
2.De vaststaande feiten
3.De vordering
4.De beoordeling
[emailadres 2]) te vinden zijn.
Rechtbank Rotterdam
Eiseres vorderde betaling van achterstallig loon en doorbetaling tijdens ziekte van gedaagde, exploitant van een eenmanszaak. Zij stelde dat de arbeidsovereenkomst voortduurde, terwijl gedaagde stelde dat deze per 31 mei 2018 was beëindigd en eiseres sindsdien bij een andere vennootschap in dienst was.
De kantonrechter beoordeelde de bewijsvoering omtrent de beëindiging van de arbeidsovereenkomst. Gedaagde had per brief, e-mail en WhatsApp het einde van de overeenkomst aangezegd. Hoewel eiseres ontkende ontvangst, toonden de blauwe vinkjes in WhatsApp aan dat het bericht was gelezen. Eiseres had de berichten mogelijk gewist, maar de kantonrechter achtte het onwaarschijnlijk dat de berichten valselijk waren toegevoegd.
Verder was vastgesteld dat loonbetalingen en loonstroken van eiseres vanaf juni 2018 afkomstig waren van de vennootschap van gedaagde, niet van diens eenmanszaak. Dit leidde tot de conclusie dat de arbeidsovereenkomst met de eenmanszaak was geëindigd en dat eiseres de verkeerde partij had gedagvaard.
Daarom werd de loonvordering afgewezen en werd eiseres veroordeeld in de proceskosten. De uitspraak bevestigt dat een arbeidsovereenkomst kan eindigen door tijdige aanzegging, ook als de werknemer de ontvangst betwist, mits voldoende bewijs van verzending en ontvangst is geleverd.
Uitkomst: De loonvordering wordt afgewezen omdat de arbeidsovereenkomst met de eenmanszaak per 31 mei 2018 is geëindigd.