De man heeft bij de rechtbank Rotterdam een verzoek ingediend tot vaststelling van een omgangsregeling met zijn minderjarige kinderen. Na indiening van een verweerschrift door de vrouw heeft de man het verzoek zonder opgaaf van redenen ingetrokken. De rechtbank wijst het verzoek af vanwege de intrekking.
De vrouw verzoekt vervolgens de man te veroordelen in de proceskosten. De man voert verweer dat in procedures tussen ex-partners doorgaans de kosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij eigen kosten draagt. De rechtbank overweegt dat dit uitgangspunt geldt vanwege de persoonlijke en inter-relationele moeilijkheden tussen partijen en de noodzaak tot terughoudendheid bij kostenveroordelingen.
Echter, in dit geval is het verzoek van de man lichtvaardig ingediend omdat hij voorafgaand aan de procedure geen overleg heeft gezocht met de vrouw, terwijl de vrouw eerder bereidheid tot omgang heeft getoond zonder rechterlijke tussenkomst. Daarom acht de rechtbank het billijk dat de man wordt veroordeeld in de proceskosten van de vrouw, begroot op €624,-. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en tegen deze beschikking staat hoger beroep open.