Eiseres, een alleenstaande senior met lichamelijke en psychische klachten, vordert meer uren huishoudelijke ondersteuning dan de 4,5 uur per week die het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam haar heeft toegekend op grond van de Wmo 2015.
Na meerdere besluiten en een gedeeltelijke gegrondverklaring van bezwaar, heeft verweerder het bezwaar opnieuw beoordeeld en het aantal uren vastgesteld op 4,5 uur per week. Eiseres betoogt dat de indicatie onvoldoende is, mede vanwege gewijzigde leveringsplannen die een hogere frequentie van schoonmaakwerkzaamheden voorschrijven.
De rechtbank oordeelt dat het bestreden besluit voldoet aan de wettelijke eisen en dat de toegekende ondersteuning voldoende compenseert voor de beperkingen van eiseres. De rechtbank volgt eiseres niet in haar stelling dat het aantal uren niet gebaseerd mocht worden op de eerdere uitspraak van de Centrale Raad van Beroep. Het beroep tegen het eerste besluit wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat dit besluit is vervangen, en het beroep tegen het tweede besluit wordt ongegrond verklaard.
Verder veroordeelt de rechtbank verweerder tot vergoeding van het betaalde griffierecht en de proceskosten van eiseres.