Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.Het verloop van de procedure
2.De feiten
3.Het verzoek en de grondslag daarvan
4.Het verweer
5.De beoordeling
6.De beslissing
- € 231,00 aan verschotten;
- € 721,00 aan salaris voor de gemachtigde;
Rechtbank Rotterdam
De werknemer trad op 1 november 2018 in dienst bij Humanitas op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd van zes maanden. Deze overeenkomst werd later voor acht maanden verlengd, eindigend op 31 december 2019. De werknemer vorderde betaling van een aanzegvergoeding omdat Humanitas niet tijdig schriftelijk had aangezegd of de arbeidsovereenkomst zou worden voortgezet, zoals vereist in artikel 7:668 lid 1 BW Pro.
Humanitas stelde dat zij tijdig mondeling had aangezegd en dat het ontbreken van een schriftelijke aanzegging geen negatieve gevolgen had voor de werknemer. De rechtbank oordeelde dat de schriftelijke aanzegplicht dwingend recht is en dat mondelinge aanzegging niet volstaat. Het feit dat de arbeidsovereenkomst werd verlengd, ontslaat de werkgever niet van de aanzegplicht.
De rechtbank wees de aanzegvergoeding van € 2.287,58 bruto toe, veroordeelde Humanitas tot betaling van wettelijke rente vanaf 1 mei 2019 tot volledige voldoening en tot het verstrekken van een bruto-netto specificatie. De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten werden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. Humanitas werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Humanitas wordt veroordeeld tot betaling van aanzegvergoeding en wettelijke rente wegens niet tijdige schriftelijke aanzegging.