De rechtbank Rotterdam heeft op 22 oktober 2019 uitspraak gedaan in de zaak tegen een verdachte die ervan werd verdacht deel te hebben genomen aan de terroristische organisatie Jabhat al-Nusra in Syrië. De verdachte verbleef vanaf april 2014 in Syrië en heeft zich aangesloten bij deze organisatie, waarbij hij actief deelnam aan de gewapende strijd, onder meer door met tanks te schieten op troepen van Assad.
De verdachte was niet aanwezig bij de zittingen omdat hij zich in het strijdgebied bevond en bewust afstand hield van de procedure, ondanks herhaalde pogingen van de autoriteiten om hem te bereiken. De rechtbank oordeelde dat berechting bij verstek gerechtvaardigd was gezien het ernstige maatschappelijke belang en het feit dat de verdachte op de hoogte was van de procedure.
Op basis van bewijsmateriaal zoals verklaringen van familieleden, chatberichten en voiceberichten, concludeerde de rechtbank dat de verdachte van 17 april 2014 tot 1 augustus 2015 deelnam aan Jabhat al-Nusra, een organisatie met het oogmerk terroristische misdrijven te plegen. De verdachte werd vrijgesproken van medeplegen omdat hij niet samen met anderen handelde.
De rechtbank veroordeelde de verdachte tot zes jaar gevangenisstraf vanwege de ernst van het feit, zijn actieve rol in het conflict en de internationale verplichting tot terrorismebestrijding. De gevangenneming van de verdachte werd eveneens bevolen.