Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 10 april 2019, met producties;
- de incidentele conclusie inhoudende exceptie van onbevoegdheid, tevens houdende conclusie van antwoord, alsmede houdende voorwaardelijke eis in reconventie van de zijde van de man;
- de incidentele conclusie van antwoord van de zijde van de vrouw.
2.De vorderingen in de hoofdzaak
in conventie
3.Het geschil in het incident
4.De beoordeling in het incident
30 oktober 2019voor beraad rolrechter omtrent het bepalen van een comparitie;