ECLI:NL:RBROT:2019:855
Rechtbank Rotterdam
- Wraking
- P. Joele
- W.M.P.M. Weerdesteijn
- A.A. Kalk
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek rechter wegens vermeende partijdigheid bij bespreking persoonlijke omstandigheden
In deze zaak diende verzoekster een wrakingsverzoek in tegen de rechter die betrokken was bij haar strafzaak. De kern van het verzoek was dat de rechter tijdens de zitting suggereerde dat de persoonlijke omstandigheden van verzoekster besproken zouden worden terwijl de officier van justitie de wijziging van de tenlastelegging op schrift zou stellen. Verzoekster vreesde hierdoor dat de officier van justitie niet volledig op de hoogte zou zijn van haar persoonlijke omstandigheden, wat haar verdediging zou schaden.
De rechtbank onderzocht het proces-verbaal en de verklaringen tijdens de wrakingszitting. Hieruit bleek dat de rechter de suggestie deed in de veronderstelling dat de officier van justitie in de zaal zou blijven om de wijziging op te stellen. De officier van justitie verzocht vervolgens om de zitting te onderbreken, wat ook gebeurde. Er was geen bewijs dat de officier van justitie de zaal verliet tijdens de bespreking van de persoonlijke omstandigheden.
De rechtbank oordeelde dat de vrees van verzoekster voor partijdigheid niet objectief gerechtvaardigd was. Er waren geen aanwijzingen dat de rechter vooringenomen was of dat de suggestie bedoeld was om verzoekster te benadelen. Het wrakingsverzoek werd daarom ongegrond verklaard en afgewezen.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter is afgewezen wegens het ontbreken van objectieve aanwijzingen voor partijdigheid.