Partijen hadden een affectieve relatie waaruit een minderjarige is geboren. De man vordert in kort geding dat de vrouw wordt veroordeeld tot nakoming van een omgangsregeling met het kind. De vrouw voert verweer en betwist onder meer dat de man een nauwe persoonlijke betrekking tot het kind heeft.
De rechtbank overweegt dat op grond van artikel 1:377a BW een kind recht heeft op omgang met degene die in een nauwe persoonlijke betrekking tot hem staat. In de dagvaarding is echter niet gesteld dat de man zo’n nauwe persoonlijke betrekking heeft. De enkele stelling dat de man het kind enkele malen heeft gezien, is onvoldoende om dit aan te nemen.
Daarom worden de vorderingen van de man afgewezen. De proceskosten worden gecompenseerd, zodat iedere partij haar eigen kosten draagt. Het vonnis is gewezen door rechter A. Lablans en op 24 oktober 2019 in het openbaar uitgesproken.