ECLI:NL:RBROT:2019:8644
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak voor onnodig gebruik van alarmnummer en niet-ontvankelijkverklaring OM vorderingen tenuitvoerlegging
Op 22 augustus 2019 vond de openbare terechtzitting plaats bij de rechtbank Rotterdam in een strafzaak tegen de verdachte die werd beschuldigd van het zonder noodzaak bellen van het alarmnummer 112. De officier van justitie eiste vrijspraak omdat het ten laste gelegde feit niet wettig en overtuigend was bewezen. De rechtbank volgde dit standpunt en sprak de verdachte vrij zonder nadere motivering.
Daarnaast behandelde de rechtbank vorderingen tot tenuitvoerlegging van eerdere vonnissen waarbij de verdachte was veroordeeld tot jeugddetentie, deels voorwaardelijk met een proeftijd. Zowel het openbaar ministerie als de verdediging concludeerden tot niet-ontvankelijkheid van het OM in deze vorderingen. De rechtbank oordeelde dat deze vorderingen niet ingediend hadden moeten worden en verklaarde het OM niet-ontvankelijk.
Het vonnis werd gewezen door de meervoudige kamer van de rechtbank Rotterdam, waarbij de voorzitter en twee rechters het vonnis uitspreken. De jongste rechter kon het vonnis niet medeondertekenen. De tenlastelegging betrof het opzettelijk en zonder noodzaak gebruikmaken van het alarmnummer door melding te maken van een vermeende vuurwapenbezitter in een café te Rotterdam op 24 oktober 2018.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs en het openbaar ministerie wordt niet-ontvankelijk verklaard in de vorderingen tot tenuitvoerlegging.