ECLI:NL:RBROT:2019:8670
Rechtbank Rotterdam
- Wraking
- C.M.E. van der Hoeven
- J.J. van den Berg
- W.J. Roos-van Toor
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek rechter na afwijzing verzoek om aanhouding in bestuursrechtelijke procedure
Verzoekster heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen de rechter die haar bestuursrechtelijke zaak behandelde, nadat een verzoek om aanhouding van de zitting was afgewezen. De afwijzing van het verzoek om uitstel was gebaseerd op het feit dat verzoekster al op tijd op de hoogte was gesteld van de zittingsdatum en dat er geen roostertechnische redenen waren voor uitstel.
De rechter heeft betwist dat er sprake is van omstandigheden die wraking rechtvaardigen en benadrukte dat de beslissing een procedurele aard had en niet kan worden aangemerkt als vooringenomenheid. De wrakingskamer stelt dat een onwelgevallige beslissing geen grond voor wraking is, tenzij de motivering zodanig onbegrijpelijk is dat alleen vooringenomenheid als verklaring overblijft.
De wrakingskamer concludeert dat de motivering van de afwijzing van het verzoek om aanhouding objectief bezien niet anders kan worden geïnterpreteerd dan als een onpartijdige beslissing. Het wrakingsverzoek wordt daarom afgewezen. Tevens is een verzoek om dossierinzage aan de wrakingskamer niet-ontvankelijk verklaard omdat dit niet tot haar bevoegdheid behoort.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter wordt afgewezen wegens gebrek aan aanwijzingen voor vooringenomenheid.