Uitspraak
1.Het procesverloop en de processtukken
2.De ontvankelijkheid van het verzoek
Bij gelegenheid van de mondelinge behandeling heeft verzoeker desgevraagd nader toegelicht dat het vermoeden van partijdigheid werd versterkt enkele dagen na 10 juli 2019, toen hij kennis had genomen van de inhoud van het door de rechter bij brief van die datum aan de rechtbank kenbaar gemaakte standpunt in de door hem aangespannen procedure strekkende tot ontslag van de curator. Deze brief heeft bij verzoeker nog meer het idee opgeroepen dat de rechter zijn belangen niet goed behartigt en dat zij de curator de hand boven het hoofd houdt. Verzoeker heeft zijn advocaat toen voorgesteld een wrakingsverzoek tegen de rechter in te dienen. Toen die daar niet op inging, is verzoeker zelf overgegaan tot het indienen van een wrakingsverzoek.