ECLI:NL:RBROT:2019:8714
Rechtbank Rotterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing schadevergoeding wegens niet-naleving artikel 6 lid 4 Wet Bopz
Verzoeker verbleef van 19 juli 2019 tot en met 22 augustus 2019 zonder geldige Bopz-titel in een psychiatrisch ziekenhuis. Hij verzocht om schadevergoeding omdat de officier van justitie het voorschrift in artikel 6 lid 4 Wet Pro Bopz niet had nageleefd, waardoor hij onrechtmatig van zijn vrijheid zou zijn beroofd.
De officier stelde dat geen nadeel was geleden omdat op 22 augustus 2019 alsnog een voorlopige machtiging was verleend. De rechtbank oordeelde dat het voorschrift uit artikel 6 lid 4 Wet Pro Bopz alleen geldt bij een verzoek om een voorlopige machtiging door een daartoe gerechtigde persoon, niet bij ambtshalve verzoeken van de officier.
Omdat het verzoek van de officier in deze zaak ambtshalve was en het voorschrift derhalve niet van toepassing was, kon dit niet leiden tot een schadevergoeding. De rechtbank wees het verzoek tot schadevergoeding af en bepaalde dat partijen ieder hun eigen proceskosten dragen.
Uitkomst: Het verzoek tot schadevergoeding wordt afgewezen omdat het voorschrift in artikel 6 lid 4 Wet Bopz niet van toepassing is op het ambtshalve verzoek van de officier.