De rechtbank Rotterdam heeft op 18 september 2019 uitspraak gedaan in een zaak waarin verdachte werd beschuldigd van diefstal met geweld in vereniging. Op 2 december 2016 werd het slachtoffer op de Brielselaan in Rotterdam beroofd van ongeveer 800 euro door verdachte en een medeverdachte. De rechtbank achtte het wettig en overtuigend bewezen dat verdachte samen met een ander het slachtoffer heeft overmeesterd, bedreigd en beroofd.
De verdediging voerde aan dat de camerabeelden onvoldoende duidelijk waren en dat er onvoldoende bewijs was voor de betrokkenheid van verdachte. De rechtbank verwierp dit verweer op basis van verklaringen van het slachtoffer, de medeverdachte, en het feit dat bij de medeverdachte een bedrag werd aangetroffen dat overeenkwam met het gestolen geld. De rechtbank concludeerde dat de verdachte strafbaar is en dat het bewezen feit ernstig is vanwege de impact op het slachtoffer en de samenleving.
De rechtbank hield rekening met het strafverleden van verdachte en een reclasseringsrapport dat herhaling niet uitsloot. De opgelegde straf is 190 dagen gevangenisstraf, gelijk aan de duur van het voorarrest, met aftrek van reeds doorgebrachte tijd. De rechtbank wees de gevorderde tenuitvoerlegging van een eerdere voorwaardelijke straf af, omdat het bewezen feit binnen de proeftijd viel maar de opgelegde straf gelijk is aan het voorarrest.
De uitspraak benadrukt de ernst van straatroven en het belang van een passende straf om de veiligheid in de samenleving te waarborgen.