Foppen Onroerend Goed B.V. heeft een pand te koop aangeboden via een internetveiling georganiseerd door een professioneel veilingbedrijf. Maasdam Vastgoed B.V. heeft meegedaan aan de veiling, maar was niet de hoogste bieder. Foppen gunde het pand aan Maasdam, ondanks dat zij niet het hoogste bod had uitgebracht. Maasdam betwist dat een rechtsgeldige koopovereenkomst tot stand is gekomen en stelt dat sprake is van een oneerlijke gang van zaken, omdat de verkoper zelf meebood en uiteindelijk het hoogste bod uitbracht.
De rechtbank stelt vast dat Maasdam gebonden is aan de algemene veilingvoorwaarden (AVVIVV 2013) en het Verkoopprotocol, waarin onder meer is bepaald dat een bieder aan zijn bod is gebonden, ook als dit niet het hoogste bod is, en dat de verkoper het recht heeft te gunnen aan een ander dan de hoogste bieder. De rechtbank oordeelt dat deze bepalingen, in combinatie met het feit dat de verkoper zelf meebiedt zonder onafhankelijk toezicht en zonder transparantie over het biedingsproces, onredelijk bezwarend zijn voor Maasdam.
De rechtbank vernietigt daarom het beding dat Maasdam verplicht om af te nemen als tweede hoogste bieder terwijl de verkoper zelf het hoogste bod heeft uitgebracht. Hierdoor rust op Maasdam geen afnameplicht en wordt de vordering van Foppen tot nakoming afgewezen. Foppen wordt veroordeeld in de proceskosten van Maasdam, begroot op €11.152, vermeerderd met nakosten en wettelijke rente. De proceskostenveroordeling wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.