De gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond vroeg om verlenging van de ondertoezichtstelling van een minderjarige en de voortzetting van de betrokkenheid van de jeugdbeschermer. De minderjarige woont bij haar vader, met wie zij goed contact heeft, maar weigert contact met haar moeder. De GI wilde bemiddelen via het Rotterdams Omgangshuis.
De kinderrechter sprak met de ouders, de GI en de minderjarige zelf. De minderjarige gaf aan geen contact met haar moeder te willen, ook niet in de toekomst, en uitte gevoelens dat haar moeder haar vroeger meer aandacht had moeten geven. De vader bevestigde dit standpunt, terwijl de GI hoopte op herstel van het contact.
De kinderrechter constateerde dat het goed gaat met de minderjarige op school en in haar sociale omgeving en dat er geen zorgen zijn over haar verzorging en opvoeding. Omdat de ondertoezichtstelling niet bedoeld is om alleen omgang te bevorderen als het verder goed gaat, en de GI geen duidelijk plan had, wees de rechter het verzoek af. De jeugdbeschermer zal vanaf 28 februari 2019 niet langer betrokken zijn. De beslissing werd in kindvriendelijke taal aan de minderjarige toegestuurd.