Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
[opposant] , te [woonplaats] , opposant,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
5 september 2019.
Rechtbank Rotterdam
Opposant heeft verzet ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank van 28 januari 2019, waarin de rechtbank zich onbevoegd verklaarde kennis te nemen van het beroep tegen een beslissing van de Kamer voor het notariaat. De rechtbank had geoordeeld dat de Kamer voor het notariaat geen bestuursorgaan is in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), omdat het een bij wet ingesteld orgaan is belast met rechtspraak.
In de verzetprocedure heeft de rechtbank onderzocht of de eerdere beslissing terecht zonder zitting is genomen en of er nieuwe argumenten zijn die twijfel kunnen doen ontstaan over die beslissing. Opposant bracht geen nieuwe standpunten naar voren die tot twijfel leiden. Het aangevoerde besluit van de Minister voor Rechtsbescherming inzake een Wob-verzoek bracht geen nieuwe inzichten.
De rechtbank concludeert dat het beroep terecht zonder zitting is afgedaan en verklaart het verzet ongegrond. Tevens overweegt de rechtbank dat hoger beroep openstaat bij het Gerechtshof Amsterdam tegen beslissingen van de Kamer voor het notariaat, maar niet tegen een ongegrondverklaring van verzet. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzet tegen de onbevoegdheidsuitspraak wordt ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak blijft in stand.