Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 25 juni 2019, met producties;
- de incidentele conclusie tot verwijzing naar de kantonrechter;
- de incidentele conclusie van antwoord.
Rechtbank Rotterdam
Goodway Benelux vordert betaling van een boete van €20.000 van ieder van de Van Nunen B.V.’s, gebaseerd op een ondertekende onthoudingsverklaring met een boetebeding. Van Nunen c.s. vorderen in een incident dat de zaak naar de kantonrechter wordt verwezen, omdat de vorderingen onder de competentiegrens van €25.000 blijven.
Goodway Benelux beroept zich op de tenzij-clausule van artikel 93 Rv Pro, stellende dat de rechtstitel een belang van meer dan €25.000 heeft, omdat de boetebedingen ook gelden voor elke dag dat de overtreding voortduurt. De rechtbank oordeelt dat Goodway Benelux deze hogere vordering niet voldoende heeft gemotiveerd of ingesteld, waardoor moet worden uitgegaan van de feitelijke vorderingen onder de €25.000.
Daarom wordt de zaak verwezen naar de kantonrechter. Goodway Benelux wordt veroordeeld in de proceskosten van het incident. Partijen worden geïnformeerd over de procedurele gevolgen, waaronder het vervallen van de advocaatplicht en de verlaging van griffierecht.
Uitkomst: De rechtbank verwijst de zaak naar de kantonrechter omdat de vorderingen onder de €25.000 blijven en veroordeelt Goodway Benelux in de proceskosten.