Uitspraak
Rechtbank rotterdam
uitspraak van de meervoudige kamer van 28 november 2019 in de zaak tussen
minister van Infrastructuur en Waterstaat, voor deze
Rijkswaterstaat West-Nederland Zuid, vergunninghouder,
Rechtbank Rotterdam
De rechtbank Rotterdam behandelde een bestuursrechtelijke zaak waarin eiseressen bezwaar maakten tegen het besluit van de gemeente Schiedam tot goedkeuring van het beplantingsplan voor de aanleg van de Rijksweg A4 tussen Schiedam en Delft. Eiseressen stelden dat de herplantplicht niet deugdelijk was ingevuld, met name omdat de compensatie niet alleen het aantal, maar ook de omvang en hoogte van de bomen zou moeten betreffen, en dat de aangeplante veren niet voldeden aan de vereisten.
De rechtbank oordeelde dat de één op één compensatieplicht in de omgevingsvergunning van 24 november 2011 alleen betrekking heeft op het aantal bomen en niet op de omvang of hoogte. Verder concludeerde de rechtbank dat het enkel planten van veren niet voldoet aan de compensatieplicht, maar dat verweerder aannam dat niet-aangeslagen veren binnen drie jaar worden vervangen, wat een niet nader gespecificeerde vervangings- en instandhoudingsverplichting impliceert.
De rechtbank stelde vast dat deze vervangings- en instandhoudingsverplichting niet voldoende was gespecificeerd en geborgd in het beplantingsplan en het bestreden besluit, waardoor het besluit niet deugdelijk gemotiveerd was. Daarom verklaarde de rechtbank het beroep gegrond, vernietigde het besluit en droeg verweerder op een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering van de compensatieplicht en verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.