Verzoeker heeft een schuldregeling aangeboden aan zijn schuldeisers, gebaseerd op een saneringskrediet gefinancierd vanuit zijn huidige PW-uitkering. Twaalf van de dertien schuldeisers stemden in met het voorstel, maar ING, als grootste schuldeiser met een hypotheekrestschuld, weigerde instemming. ING stelde dat verzoeker niet voldeed aan de minimale arbeidsinspanningsverplichting van 36 uur per week en dat er geen medische verklaring van volledige arbeidsongeschiktheid was.
De rechtbank heeft beoordeeld of ING in redelijkheid haar weigering kon baseren op het belang van haar vordering, die 62% van de totale schuld vertegenwoordigt. De rechtbank concludeerde dat onvoldoende is aangetoond dat verzoeker niet in staat is om binnen drie jaar minimaal 36 uur per week te werken en daarmee meer inkomen te genereren dan met zijn huidige uitkering. De onzekerheid over de afloscapaciteit mag niet ten koste van de schuldeisers komen.
Daarom weegt het belang van ING als weigerende schuldeiser zwaarder dan dat van verzoeker en de overige schuldeisers. Het verzoek om ING te bevelen in te stemmen met de schuldregeling wordt afgewezen. Tevens wijst de rechtbank het verzoek van ING tot proceskostenveroordeling af. Een afzonderlijke beslissing over de schuldsaneringsregeling volgt later.