ECLI:NL:RBROT:2019:9391

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
2 december 2019
Publicatiedatum
2 december 2019
Zaaknummer
ROT 19_4184
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Vereenvoudigde behandeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 AwbArt. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens niet betalen griffierecht na afwijzing verzoek vrijstelling

Eiser heeft beroep ingesteld tegen een besluit van het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam, waarbij zijn bezwaar ongegrond is verklaard. Bij het indienen van het beroep verzocht eiser om vrijstelling van het griffierecht wegens betalingsonmacht. Dit verzoek is door de griffier afgewezen nadat eiser een inlichtingenformulier had ontvangen.

Eiser werd vervolgens aangemaand om het griffierecht van €47,- binnen vier weken te voldoen. Deze betaling is niet binnen de gestelde termijn ontvangen. Op grond van artikel 8:41, zesde lid, van de Algemene wet bestuursrecht wordt het beroep niet-ontvankelijk verklaard indien het griffierecht niet tijdig wordt betaald, tenzij er sprake is van een gegrond verzuim.

De rechtbank oordeelt dat eiser in verzuim is geweest en verklaart het beroep daarom kennelijk niet-ontvankelijk. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door rechter A.I. van Strien op 2 december 2019.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet betaling van het griffierecht na afwijzing van het verzoek om vrijstelling.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Bestuursrecht
zaaknummer: ROT 19/4184
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 2 december 2019 als bedoeld in artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht in de zaak tussen

[Naam], te [Plaats], eiser,

en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rotterdam, verweerder.

Procesverloop

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 30 juli 2019 van verweerder waarbij zijn bezwaar tegen het besluit van 15 juli 2019 ongegrond is verklaard.

Overwegingen

1. Op grond van artikel 8:41, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) wordt door de griffier van de indiener van het beroepschrift een griffierecht geheven.
2. Omdat eiser tegelijk bij het indienen van het beroep heeft verzocht om vrijstelling van het griffierecht, heeft de griffier bij brief van 23 augustus 2019 het inlichtingenformulier ‘betalingsonmacht’ aan eiser toegezonden. De griffier heeft dit verzoek bij brief van 10 september 2019 afgewezen. De rechtbank is van oordeel dat eisers verzoek terecht is afgewezen. Eiser is bij aangetekende brief van 11 september 2019 aangemaand het griffierecht ten bedrage van € 47,- alsnog binnen vier weken te voldoen. Het vermelde bedrag is niet binnen de gestelde termijn bijgeschreven of ter griffie gestort.
3. Artikel 8:41, zesde lid, van de Awb bepaalt dat, indien het verschuldigde bedrag niet of niet tijdig is bijgeschreven of gestort, het beroep niet-ontvankelijk wordt verklaard, tenzij redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener van het beroepschrift in verzuim is geweest.
4. Naar het oordeel van de rechtbank kan redelijkerwijs worden geoordeeld dat eiser in verzuim is geweest. Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.I. van Strien, rechter, in aanwezigheid van
drs. S.R. Jonkergouw, griffier. De uitspraak is in het openbaar gedaan op 2 december 2019.
griffier rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan verzet worden gedaan bij de rechtbank. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.