Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
[verweerster 4],
[verweerster 5],
[verweerster 6],
[verweerster 7],
1.De procedure
2.De feiten
Vrijwaringsovereenkomst”).
Rechtbank Rotterdam
De Vries & Van de Wiel heeft een verzoek ingediend om een voorlopig deskundigenbericht te gelasten inzake vermoedens van wijziging in de financiële positie van [verweerster 1] na een activa/passiva-transactie, in verband met een aansprakelijkheidsstelling door het Waterschap Vallei en Veluwe.
De rechtbank stelt vast dat De Vries & Van de Wiel reeds een bodemprocedure aanhangig heeft waarin zij op grond van artikel 843a Rv vordert dat verweerders inzage geven in bepaalde bescheiden die bij bewijsbeslag zijn genomen. De stukken die De Vries & Van de Wiel via het deskundigenbericht wil verkrijgen, overlappen met die in de bodemprocedure gevorderde informatie.
De rechtbank oordeelt dat het verzoek om een voorlopig deskundigenbericht prematuur is omdat eerst de beslissing op de 843a-vordering moet worden afgewacht. Het verzoek is onvoldoende concreet en strijdig met de goede procesorde, mede omdat het mogelijk bedrijfsgevoelige informatie betreft waarover de bodemrechter nog moet beslissen. De rechtbank volgt de door De Vries & Van de Wiel voorgestelde constructie niet omdat die afbreuk doet aan wettelijke waarborgen.
De rechtbank wijst het verzoek af en veroordeelt De Vries & Van de Wiel in de proceskosten van beide verweersters, begroot op in totaal €3.450, te vermeerderen met wettelijke rente. De beschikking is gegeven door mr. A.F.L. Geerdes en in het openbaar uitgesproken op 18 november 2019.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopig deskundigenbericht wordt afgewezen wegens prematuriteit en strijd met de goede procesorde.