ECLI:NL:RBROT:2019:9514
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Herziening en terugvordering bijstand wegens niet-gemelde bijschrijvingen in leenperiode
Eiser ontving sinds september 2016 bijstand en werd geconfronteerd met een herziening en terugvordering van bijstand over de periode april tot en met december 2017 vanwege niet-gemelde bijschrijvingen op zijn bankrekening. Verweerder stelde dat deze bijschrijvingen als inkomen moesten worden beschouwd en daarom in mindering gebracht moesten worden op de bijstand.
Eiser voerde aan dat hij in de betreffende periode geen bijstand ontving vanwege een maatregel en dat de bijschrijvingen leningen betroffen die niet als inkomen gezien konden worden. De rechtbank stelde dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat sprake was van geldleningen, mede omdat de overgelegde leenovereenkomst twijfelachtig was en niet tijdig was overlegd.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht de bijschrijvingen als inkomen heeft aangemerkt en dat eiser zijn inlichtingenverplichting heeft geschonden. De terugvordering was daarom gerechtvaardigd. Wel werd het bezwaar tegen het eerste primaire besluit niet-ontvankelijk verklaard in plaats van ongegrond, zodat dat deel van het besluit werd vernietigd en de rechtbank zelf in de zaak voorzag.
Daarnaast werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en een deel van de proceskosten aan eiser.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard voor primair besluit I, dat besluit wordt vernietigd en verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.