ECLI:NL:RBROT:2019:9559
Rechtbank Rotterdam
- Wraking
- A.A. Kalk
- W.M.P.M. Weerdesteijn
- N. Doorduijn
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek rechtbank Rotterdam wegens misbruik wrakingsmiddel
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen de rechtbank Rotterdam, gericht tegen de gehele rechtbank en specifiek tegen rechter mr. A.I. van Strien, in een bestuursrechtelijke procedure over griffierecht.
De rechtbank oordeelde dat een wrakingsverzoek enkel kan worden gericht tegen een individuele rechter die een zaak behandelt, niet tegen de rechtbank als geheel. Omdat de rechter op 21 oktober 2019 al een einduitspraak had gedaan, was de behandeling van de zaak beëindigd toen het wrakingsverzoek op 12 november 2019 werd ingediend, waardoor het verzoek niet-ontvankelijk is.
Daarnaast stelde de rechtbank vast dat verzoeker het wrakingsmiddel misbruikte door het verzoek in te zetten om een andere beslissing over het griffierecht af te dwingen. Eerder waren soortgelijke wrakingsverzoeken van verzoeker in andere procedures ook afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid en misbruik.
De rechtbank verklaarde het wrakingsverzoek niet-ontvankelijk en bepaalde dat een volgend wrakingsverzoek in deze procedure niet in behandeling wordt genomen vanwege misbruik van het wrakingsmiddel.
Uitkomst: Wrakingsverzoek niet-ontvankelijk verklaard en volgend verzoek wordt niet in behandeling genomen wegens misbruik.