ECLI:NL:RBROT:2019:9588
Rechtbank Rotterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot horen getuige in mensensmokkelzaak afgewezen wegens onvindbaarheid
In deze strafzaak is verdachte vervolgd wegens mensensmokkel. Verdachte verzocht de rechter-commissaris om een getuige te horen, maar deze werd niet gevonden. De rechter-commissaris wees het verzoek af en ook het bezwaar van verdachte tegen deze afwijzing werd door de rechtbank ongegrond verklaard.
De verdediging betoogde dat onvoldoende inspanningen waren verricht om de getuige op te sporen, die vermoedelijk in het buitenland verblijft. De officier van justitie stelde dat de getuige onvindbaar is en niet binnen afzienbare tijd kan worden gehoord. De rechtbank oordeelde dat er geen enkel aanknopingspunt is voor de verblijfplaats van de getuige en dat de inspanningen van het openbaar ministerie voldoende zijn geweest.
De rechtbank nam mee dat de getuige illegaal in Europa verblijft en waarschijnlijk niet officieel zal melden bij autoriteiten, waardoor opsporing praktisch onmogelijk is. Ook werd overwogen dat een verzoek om rechtshulp aan andere staten een duidelijke afbakening vereist, die hier ontbreekt. Daarom is de rechter-commissaris niet gehouden verdere opsporingshandelingen te verrichten.
Het bezwaar van verdachte is daarom ongegrond verklaard en het verzoek tot het horen van de getuige afgewezen.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de weigering tot het horen van de getuige is ongegrond verklaard en het verzoek afgewezen.