Eiser kreeg een naheffingsaanslag opgelegd wegens het parkeren zonder betaling op een locatie in Dordrecht. De aanslag bestond uit de verschuldigde parkeerbelasting plus kosten naheffing. Eiser stelde bezwaar en vervolgens beroep in tegen de aanslag.
De rechtbank oordeelde dat de gemeente Dordrecht voldoende had voldaan aan haar informatieplicht omtrent het parkeerregime, mede door duidelijke bebording. Eiser had een onderzoeksplicht en had moeten nagaan welke tariefzone van toepassing was. Het feit dat eiser het eerste bord niet had gezien, was zijn eigen verantwoordelijkheid.
Verder bevestigde de rechtbank dat de naheffing op basis van een forfaitaire parkeerduur van één uur rechtmatig is, conform artikel 234, derde lid, van de Gemeentewet en een recente uitspraak van de Hoge Raad. De gemeente hoeft niet te naheffen op basis van de werkelijke parkeertijd tenzij dit expliciet in de verordening is geregeld, wat hier niet het geval was.
De beroepsgrond dat slechts een naheffing van €0,17 verschuldigd zou zijn, faalde. Ook de verwijzing naar een bepaling over mobiele parkeeraanbieders was niet van toepassing op eiser. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.