Eiseres beschikte over een bewonersvergunning die het parkeren toestond met één van twee opgegeven kentekens, mits het betreffende kenteken actief was geregistreerd via de ParkApp. Bij controle bleek dat de geparkeerde auto met kenteken [kentekennummer 1] niet was geactiveerd, waardoor geen parkeerbelasting was voldaan.
Eiseres stelde dat zij voldoende parkeerbelasting had betaald vanwege haar geldige vergunning, maar dit verweer faalde omdat de vergunning alleen geldt indien het kenteken actief is geregistreerd. De rechtbank verwees naar de verordening parkeerbelastingen en de jurisprudentie van de Hoge Raad die stelt dat zonder naleving van de voorschriften geen sprake is van parkeren met vergunning.
Verder stelde eiseres dat verweerder tekortschiet in zijn zorgplicht door het gebruik van de ParkApp, maar de rechtbank vond geen bewijs dat de software onbruikbaar of onnodig omslachtig is. Ook een beroep op overmacht werd verworpen omdat de wettelijke bepalingen geen ruimte bieden voor kwijtschelding.
De rechtbank oordeelde dat de naheffingsaanslag terecht is opgelegd en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.