Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.Onderzoek op de terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Eis officier van justitie
- vrijspraak van de impliciet primair ten laste gelegde moord;
- bewezenverklaring van de impliciet subsidiair ten laste gelegde doodslag;
- veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 10 jaren met aftrek van voorarrest;
- ter beschikkingstelling van de verdachte met bevel tot dwangverpleging (ongemaximeerd);
- oplegging van de gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel ex artikel 38z van het Wetboek van Strafrecht.
4.Waardering van het bewijs
5.Strafbaarheid feit
6.Strafbaarheid verdachte
verminderdzijn aan te rekenen, zal dit bij de strafoplegging als strafverminderende omstandigheid gelden.
op welke manieren
in welke matede problematiek van de verdachte een doorwerking gehad zou hebben in het tenlastegelegde, dan wel in welke mate er sprake is geweest van controleverlies.
in een verminderde mate toe te rekenen.Doordat de omstandigheden en de belevingen van de verdachte ten tijde van het tenlastegelegde onbekend zijn gebleven, is het voor rapporteurs niet mogelijk gebleken nader te differentiëren in de specifieke mate van het verminderde toerekenen (dat wil zeggen een verminderde mate dan wel volledig niet toe te rekenen).
7.Motivering straf en maatregelen
8.Vorderingen benadeelde partijen / schadevergoedingsmaatregelen
Benadeelde partij [naam benadeelde 1]
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Bijlagen
11.Beslissing
gevangenisstraf voor de duur van 6 (zes) jaren;
ter beschikking wordt gesteld;
van overheidswege wordt verpleegd;
maatregel strekkende tot gedragsbeïnvloeding of vrijheidsbeperking;
€ 67.208,25 (zegge: zevenenzestigduizendtweehonderdenacht euro en vijfentwintig eurocent), bestaande uit € 37.208,25 aan materiële schade en € 30.000,00 aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 12 december 2018 tot aan de dag der algehele voldoening;
maatregel tot schadevergoedingop, inhoudende de verplichting aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij [naam benadeelde 1] te betalen
€ 67.208,25 (hoofdsom, zegge: zevenenzestigduizendtweehonderdenacht euro en vijfentwintig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 12 december 2018 tot aan de dag van de algehele voldoening; beveelt dat bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal van het bedrag van € 67.208,25 vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van
342 dagen; toepassing van de vervangende hechtenis heft de betalingsverplichting niet op;
€ 1.726,12 (zegge: duizendzevenhonderdzesentwintig euro en twaalf eurocent),bestaande uit materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 12 december 2018 tot aan de dag der algehele voldoening;
de maatregel tot schadevergoedingop, inhoudende de verplichting aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij [naam benadeelde 2] te betalen
€ 1.726,12 (hoofdsom, zegge: duizend zevenhonderdzesentwintig euro en twaalf eurocent),vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 12 december 2018 tot aan de dag van de algehele voldoening; beveelt dat bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal van het bedrag van € 1.726,12 vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van
27 dagen; toepassing van de vervangende hechtenis heft de betalingsverplichting niet op;