Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 11 november 2019, met producties;
- de akte overlegging producties van Natuurmonumenten, met producties;
- de mondelinge behandeling van 28 november 2019;
- de pleitnota van [naam eiseres] ;
- de pleitnota van Natuurmonumenten.
2.De feiten
In overweging nemende:
5 cmhoogovenschuimslak. Van deze totale investeringskosten betaalt Natuurmonumenten 50 % en mevr. [naam eiseres] en/of [naam 1] 50
3.Het geschil
Natuurmonumenten de verharding van [het perceel] éénmaal per jaar, aldus
4.De beoordelin
- als de prestatie ondeelbaar is, of
- als het vorderingsrecht in een gemeenschap valt.
ten behoeve van de gemeenschapkan niet anders volgen dan dat de procederende deelgenoot kenbaar dient te maken dat hij/zij optreedt voor de andere deelgenoot. Laat de procederende deelgenoot dat achterwege, dan staat het de andere deelgenoot (in beginsel) vrij zélf ook een procedure te beginnen tegen de schuldenaar, met het risico dat laatstgenoemde in totaal meer is verschuldigd dan wanneer door beide deelgenoten gezamenlijk één procedure tegen hem wordt gevoerd (vgl. art. 6:16 BW Pro).
“Met “ [het perceel] ” wordt in onderhavige kwestie bedoeld het deel van [het perceel] dat niet in eigendom is bij Natuurmonumenten, maar in eigendom van [naam eiseres] tezamen met haar zuster mevrouw [naam 1] ”. Hierop stranden reeds haar vorderingen.