De kinderrechter van de Rechtbank Rotterdam behandelde op 11 december 2019 het verzoek van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond om de ondertoezichtstelling van een minderjarige te verlengen. De minderjarige woont bij haar moeder, terwijl het ouderlijk gezag gezamenlijk wordt uitgeoefend. De GI verzocht om verlenging van de ondertoezichtstelling voor één jaar, vanwege de noodzaak om de omgang tussen de minderjarige en haar vader op gang te brengen.
De moeder gaf aan teleurgesteld te zijn in de GI omdat er nog geen hulp was ingezet en zij zelf hulp heeft gezocht bij het wijkteam. De vader stelde dat de ontwikkeling van de minderjarige wordt bedreigd door het ontbreken van contact. De kinderrechter constateerde een verstoorde communicatie tussen de ouders en dat de GI het afgelopen jaar geen hulp heeft geboden, mede door ziekte van de vaste jeugdbeschermer.
De kinderrechter verlengde de ondertoezichtstelling voor een kortere duur dan verzocht, namelijk drie maanden, en stelde een omgangsmoment op 2 januari 2020 vast, begeleid door een vertegenwoordiger van de GI. De benoeming van een bijzondere curator werd voorlopig niet noodzakelijk geacht. De zaak wordt op 16 maart 2020 voortgezet voor verdere behandeling.