Art. 6:4 WvGGZArtikel 2 lid 1 Tijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veiligheid
AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Toewijzing zorgmachtiging voor betrokkene met schizofrenie en somatische luxerende factoren
De rechtbank Rotterdam behandelde op 27 juli 2020 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging op grond van artikel 6:4 vanPro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) voor betrokkene, die lijdt aan schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen.
Uit de medische verklaring en het zorgplan blijkt dat betrokkene al jarenlang bekend is met schizofrenie en regelmatig paranoïde psychotisch is. Daarnaast kampt betrokkene met somatische aandoeningen zoals artritis en urineweginfecties, die luxerende factoren zijn voor psychotische decompensatie. Betrokkene ontkent de problematiek en is niet altijd medicatietrouw, wat leidt tot impulsdoorbraken met fysieke agressie. Betrokkene weigert behandeling en wil zelfstandig wonen, wat ernstige risico’s met zich meebrengt.
De rechtbank oordeelt dat verplichte zorg noodzakelijk is om ernstig nadeel af te wenden en de geestelijke gezondheid te stabiliseren. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven en de voorgestelde zorg is evenredig en effectief. De machtiging omvat het toedienen van medicatie, medische controles, beperking van bewegingsvrijheid en opname in een accommodatie, en geldt voor zes maanden vanaf 27 juli 2020.
De rechtbank wijst het meer of anders verzochte af en bevestigt dat de zorgmachtiging noodzakelijk is voor het welzijn en de veiligheid van betrokkene.
Uitkomst: De rechtbank wijst een zorgmachtiging toe voor zes maanden voor betrokkene met schizofrenie en somatische luxerende factoren.
Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
Team familie
Zaak-/rekestnummer: C/10/600367 / FA RK 20-5188
Betrokkenenummer: [nummer]
Schriftelijke uitwerking van de mondelinge beslissing van 27 juli 2020 betreffende een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 vanPro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (hierna: Wvggz)
op verzoek van:
de officier van justitie in het arrondissement Rotterdam,hierna: de officier,
met betrekking tot:
[naam betrokkene],
geboren op [geboortedatum betrokkene] , [geboorteplaats betrokkene] ,
hierna: betrokkene,
thans verblijvende in Antes GGZ, locatie Albrandswaardsedijk te Albrandswaardsedijk 74, 3172 AA Poortugaal, gemeente Albrandswaard,
advocaat mr. S. Lodder te Rotterdam.
1..Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit het verzoekschrift van de officier, ingekomen op 13 juli 2020.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
de medische verklaring opgesteld door [naam psychiater] , psychiater, van 2 juli 2020;
de zorgkaart van 24 juni 2020;
het zorgplan van 23 juni 2020;
de bevindingen van de geneesheer-directeur over het zorgplan;
de gegevens over eerder afgegeven machtigingen op grond van de Wet Bopz en de Wvggz;
het bericht dat er geen relevante politiegegevens en/of de strafvorderlijke- en justitiële gegevens van betrokkene zijn.
1.2.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 27 juli 2020. Bij die gelegenheid zijn (overeenkomstig artikel 2 lid 1 vanPro de Tijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veiligheid) via beeld- en geluidverbinding gehoord:
betrokkene met haar hiervoor genoemde advocaat;
[naam verpleegkundig specialist] , verpleegkundig specialist, verbonden aan Antes GGZ.
1.3.
De officier is niet ter zitting verschenen, omdat hij een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig achtte.
2..Beoordeling
2.1.
Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling blijkt dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, te weten schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen.
2.2.
Het gedrag van betrokkene leidt als gevolg van haar psychische stoornis tot ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van, of het aanzienlijk risico op ernstig lichamelijk letsel alsmede ernstige verwaarlozing of maatschappelijke teloorgang.
Betrokkene is al jarenlang bekend met schizofrenie en zij is in het kader daarvan regelmatig paranoïd psychotisch. Op somatisch gebied kampt betrokkene met artritis en urineweginfecties, die beiden luxerende factoren zijn voor psychotische decompensatie. Betrokkene ontkent de problematiek en het gebrek aan ziektebesef maakt dat zij niet (altijd) medicatietrouw is. Dit leidt tot impulsdoorbraken met fysieke agressie. Betrokkene wil geen behandeling en zij wil op korte termijn zelfstandig gaan wonen, wat echter onmogelijk zal zijn en tot ernstige risico’s zal leiden.
2.3.
Om ernstig nadeel af te wenden en om de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren, heeft betrokkene verplichte zorg nodig.
2.4.
Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn.
Uit de medische verklaring blijkt dat betrokkene onvoldoende bereid is om behandeling of zorg op vrijwillige basis te accepteren. De verpleegkundig specialist verklaart ter zitting dat betrokkene structuur en medicatie behoeft, voor een goede samenwerking en om agressie te voorkomen. Op dit moment gaat het redelijk goed. Het doel is om betrokkene door te laten stromen naar een begeleid wonen project voor ouderen.
Om die reden is verplichte zorg nodig. De in het verzoekschrift opgenomen vormen van verplichte zorg zijn gebaseerd op de medische verklaring, het zorgplan en de bevindingen van de geneesheer-directeur. Deze vormen van verplichte zorg zijn door de rechtbank tijdens de mondelinge behandeling besproken. Gelet op het voorgaande acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk om het ernstig nadeel af te wenden:
het toedienen van medicatie;
het verrichten van medische controles;
het beperken van de bewegingsvrijheid;
het opnemen in een accommodatie.
De overige door de officier verzochte vormen van verplichte zorg, te weten het toedienen van vocht, het toedienen van voeding, het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening en het uitoefenen van toezicht op betrokkene, worden door de rechtbank niet noodzakelijk geacht, omdat de noodzakelijkheid daarvan niet (afdoende) is gemotiveerd en de behandelaar tijdens de mondelinge behandeling gemotiveerd heeft verklaard dat deze niet nodig zijn om het ernstig nadeel af te wenden.
2.5.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De voorgestelde verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.
2.6.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de verzochte duur van zes maanden met ingang van vandaag.
3..Beslissing
De rechtbank:
3.1.
verleent een zorgmachtiging ten aanzien van [naam betrokkene] voornoemd;
3.2.
bepaalt dat bij wijze van verplichte zorg de maatregelen zoals opgenomen in rechtsoverweging 2.4. kunnen worden getroffen;
3.3.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 27 januari 2021;
3.4.
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is op 27 juli 2020 mondeling gegeven door mr. A.C. Siemons, rechter, in tegenwoordigheid van S.M. Plaisier-van Welie, griffier en op 31 juli 2020 schriftelijk uitgewerkt en getekend.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.