Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1..Onderzoek op de terechtzitting
2..Tenlastelegging
3..Eis officier van justitie
- bewezenverklaring van het ten laste gelegde gewoontewitwassen;
- veroordeling van de verdachte rechtspersoon tot een geldboete van € 45.000,-;
- verbeurdverklaring van de hierna onder 9 te noemen inbeslaggenomen gelden en goederen.
4..Ontvankelijkheid officier van justitie
5..Waardering van het bewijs
5.1.1.uiteengezet, wijkt af van de reguliere handel in bitcoins. De verdachte [naam medeverdachte 2] heeft erkend dat “veel contant werd betaald”. Volgens de verdachten [naam medeverdachte 1] en [naam medeverdachte 2] had dat de voorkeur, omdat het een stuk koersgevoeliger was om de betalingen per bank te laten lopen in verband met het tijdsverloop gemoeid met de overboeking en het daaraan verbonden koersrisico. Niet valt echter in te zien waarom dit koersrisico enkel op de door de verdachten aangegeven werkwijze zou hebben kunnen worden ondervangen.
6..Strafbaarheid feit
7..Strafbaarheid verdachte
8..Motivering straf
9..In beslag genomen voorwerp
10.. Toepasselijke wettelijke voorschriften
11.. Bijlagen
12..Beslissing
geldboete van € 45.000,00 (vijfenveertig duizend euro);
- verklaart verbeurd als bijkomende straf: