Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..Het verloop van de procedure
- het exploot van dagvaarding van 15 mei 2020, met producties;
- de conclusie van antwoord, met producties;
- de conclusie van repliek, met producties;
- de conclusie van dupliek.
Rechtbank Rotterdam
De huurder huurt sinds 1 september 2019 een gemeubileerde woning tegen een maandelijkse huur van € 875,00, met uitgestelde betaling vanaf oktober 2019. De verhuurder vordert ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming wegens een huurachterstand van € 6.125,00 tot en met juli 2020, plus een onderhandse lening van € 280,00 en incassokosten.
De huurder betwist de vordering en wijst op ernstige gebreken aan het gehuurde, een huurprijscheck via de Huurcommissie en onjuiste servicekosten, maar heeft geen reconventionele vordering tot huurprijsvermindering ingesteld. Zij heeft de huur over mei 2020 betaald, maar dit niet onderbouwd.
De kantonrechter oordeelt dat de huurachterstand onbetwist is, dat de gebreken onvoldoende zijn onderbouwd en dat volledige opschorting van de huur niet gerechtvaardigd is. De gevorderde incassokosten worden afgewezen wegens het ontbreken van een juiste aanmaning. De huurovereenkomst wordt ontbonden, ontruiming binnen veertien dagen bevolen, en betaling van € 5.687,50 huurachterstand plus € 280,00 lening met wettelijke rente toegewezen. Proceskosten worden aan de huurder opgelegd.
Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden en de huurder veroordeeld tot ontruiming en betaling van huurachterstand en lening met wettelijke rente.