Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
beschikking verlenging ondertoezichtstelling
[naam minderjarige] ,
[naam moeder] ,
Het procesverloop
De feiten
Het verzoek
Het standpunt van de moeder
De beoordeling
De beslissing
Den Haag.
Rechtbank Rotterdam
De gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering verzocht om verlenging van de ondertoezichtstelling van een minderjarige tot één jaar wegens zorgen over de omgang met zijn broertje. De moeder oefent het ouderlijk gezag uit en de minderjarige woont bij haar. De eerdere ondertoezichtstelling was verlengd tot november 2020.
Ter zitting stelde de GI dat de ondertoezichtstelling noodzakelijk is om een gestructureerde omgangsregeling tussen de broertjes op te zetten, omdat de minderjarige veel naar zijn broertje vraagt en het contact niet gestructureerd verloopt. De moeder voerde verweer dat er geen zorgen zijn over de ontwikkeling of opvoedsituatie en dat de ouders het contact onderling goed regelen.
De kinderrechter oordeelde dat de minderjarige zich goed ontwikkelt thuis en op school, en dat de moeder voldoende opvoedvaardigheden bezit. De eerdere zorgen zijn niet meer aanwezig. De ondertoezichtstelling is alleen nog gericht op het bewerkstelligen van een omgangsregeling, wat onvoldoende grond is voor verlenging. De omgang vindt wel plaats, maar is niet vastgelegd, wat voor onduidelijkheid zorgt. De verantwoordelijkheid voor de omgang ligt bij de ouders, eventueel met hulp van een advocaat of mediator.
Daarom wees de rechtbank het verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling af. De beschikking werd mondeling gegeven op 28 oktober 2020 en schriftelijk vastgesteld op 5 november 2020. Hoger beroep is mogelijk binnen drie maanden na uitspraak.
Uitkomst: Verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling wordt afgewezen wegens ontbreken van ernstige ontwikkelingsbedreiging.