Verzoeker heeft een schuld bij het UWV en er is beslag gelegd op zijn inkomen. De beslagvrije voet, het deel van het inkomen dat niet mag worden beslagen, is vanaf augustus 2020 verhoogd op verzoek van verzoeker. Verzoeker vroeg de voorzieningenrechter om deze verhoging ook met terugwerkende kracht toe te passen voor de periode vóór augustus.
De voorzieningenrechter heeft overwogen dat een voorlopige voorziening alleen kan worden getroffen bij een spoedeisend belang, dat inhoudt dat verzoeker niet kan wachten op de beslissing op bezwaar. Verzoeker heeft echter geen financiële gegevens of onderbouwing aangeleverd die een acute noodsituatie of dreigende huisuitzetting aantonen.
De voorzieningenrechter benadrukte dat een voorlopige voorziening vooral gericht is op toekomstige situaties en niet snel wordt toegekend voor perioden uit het verleden. Omdat verzoeker geen spoedeisend belang heeft aangetoond, is het verzoek afgewezen zonder zitting.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open. De uitspraak is gedaan op 12 november 2020 door voorzieningenrechter A.J. van Spengen.