De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond om een machtiging gesloten jeugdhulp te verlenen aan een minderjarige die sinds mei 2019 onder voogdij staat en verblijft bij Schakenbosch. De GI verzocht om opname in een gesloten accommodatie voor zes maanden om een persoonlijkheidsonderzoek af te wachten.
De minderjarige heeft een positieve ontwikkeling doorgemaakt; zij werkt beter samen met de begeleiding en vertoont geen gedragingen die een gesloten opname noodzakelijk maken. Uit een e-mail van de pedagogisch medewerker blijkt dat de minderjarige het onderzoek op een open groep kan afwachten. De kinderrechter overweegt dat gesloten jeugdhulp een ultimum remedium is en zo kort mogelijk moet duren.
Gelet op artikel 6.1.2, tweede lid, Jeugdwet, dat gesloten jeugdhulp alleen toestaat bij ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling ernstig belemmeren en waarbij opname noodzakelijk is om onttrekking te voorkomen, concludeert de kinderrechter dat deze voorwaarden niet meer aanwezig zijn. Het verzoek wordt daarom afgewezen. De GI wordt aangespoord om tijdig te onderzoeken of een voorwaardelijke machtiging of een machtiging uithuisplaatsing noodzakelijk is.
De beschikking is mondeling gegeven op 30 januari 2020 en schriftelijk vastgesteld op 6 februari 2020. Hoger beroep is mogelijk binnen drie maanden door tussenkomst van een advocaat.