ECLI:NL:RBROT:2020:10362

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
8 oktober 2020
Publicatiedatum
16 november 2020
Zaaknummer
C/10/604800 / FA RK 20-7379
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:4 WvggzTijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veiligheid
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toekenning zorgmachtiging op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg

De rechtbank Rotterdam behandelde op 8 oktober 2020 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging aan betrokkene op grond van artikel 6:4 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz).

Uit de medische verklaring en het zorgplan bleek dat betrokkene lijdt aan een schizofreniespectrum- en/of andere psychotische stoornis en een verslavingsstoornis. Het gedrag van betrokkene leidt tot ernstig nadeel, waaronder maatschappelijke teloorgang en gevaar voor de veiligheid van personen en goederen. Betrokkene is eerder gedwongen opgenomen geweest en werkt nu vrijwillig mee aan behandeling, maar een zorgmachtiging wordt als noodzakelijk beschouwd om terugval te voorkomen.

De rechtbank achtte verplichte zorg noodzakelijk, waaronder beperking van bewegingsvrijheid, toezicht, onderzoek van woonruimte op middelen, en opname in een accommodatie. De verplichte zorg geldt voor zes maanden, met aanvullende crisismogelijkheden zoals medicatietoediening en beperkingen in vrijheid. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven en de zorg is evenredig en gericht op stabilisatie en bevordering van maatschappelijke participatie.

De beschikking werd mondeling gegeven op 8 oktober 2020 en schriftelijk uitgewerkt op 13 oktober 2020. Tegen deze beschikking staat cassatie open.

Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor zes maanden met verplichte zorgmaatregelen om ernstig nadeel af te wenden.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team familie
Zaak-/rekestnummer: C/10/604800 / FA RK 20-7379
Betrokkenenummer: [nummer]
Schriftelijke uitwerking van de mondelinge beslissing van 8 oktober 2020 betreffende een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (hierna: Wvggz)
op verzoek van:
de officier van justitie in het arrondissement Rotterdam,hierna: de officier,
met betrekking tot:
[naam betrokkene],
geboren op [geboortedatum betrokkene] te [geboorteplaats betrokkene] ,
hierna: betrokkene,
wonende en verblijvende aan het [adres betrokkene] ,
advocaat mr. B.G.M. Frencken te Den Bosch.

1..Procesverloop

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit het verzoekschrift van de officier, ingekomen op 24 september 2020.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
- de medische verklaring opgesteld door [naam 1] , psychiater, van
22 september 2020;
  • de zorgkaart;
  • het zorgplan van 14 juli 2020;
  • de bevindingen van de geneesheer-directeur over het zorgplan;
  • de gegevens over eerder afgegeven machtigingen op grond van de Wet Bopz en de Wvggz; en
  • de relevante politiegegevens en/of de strafvorderlijke- en justitiële gegevens van betrokkene.
1.2.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 8 oktober 2020. Bij die gelegenheid zijn op grond van artikel 2 Tijdelijke Pro wet COVID-19 Justitie en Veiligheid de navolgende personen telefonisch gehoord, omdat het houden van een fysieke zitting vanwege de gezondheidsrisico’s verbonden aan het coronavirus niet mogelijk was:
  • betrokkene met zijn hiervoor genoemde advocaat; en
  • [naam 2] , sociaal psychiatrisch verpleegkundige, verbonden aan Antes GGZ Team Feijenoord 1.
1.3.
De officier is niet ter zitting verschenen, omdat hij een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig achtte.

2..Beoordeling

2.1.
Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling blijkt dat betrokkene lijdt
aan een psychische stoornis, te weten een schizofreniespectrum- en/of andere psychotische
stoornis en een middelengerelateerde en/of verslavingsstoornis.
2.2.
Het gedrag van betrokkene leidt als gevolg van zijn psychische stoornis tot ernstig
nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op maatschappelijke teloorgang,
de situatie dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept en de situatie
dat de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is. Betrokkene is tijdens
eerdere psychoses agressief en seksueel ontremd geweest. Om deze reden is betrokkene
meermaals opgenomen geweest in een gedwongen kader, zowel in de reguliere GGZ als
in een forensische setting. Betrokkene verklaart dat het beter gaat sinds hij een plek heeft in
beschermd wonen. Hij krijgt depotmedicatie, werkt aan het aflossen van zijn schulden en is
bezig met afvallen. Betrokkene wil graag een zorgmachtiging als stok achter de deur.
De sociaal psychiatrisch verpleegkundige geeft ook aan dat het nu heel goed gaat met
betrokkene. Betrokkene doet zijn best en komt zijn afspraken na, maar een zorgmachtiging
is wel nodig omdat betrokkene af en toe nog in de verleiding komt om alcohol of cannabis
te gebruiken. Dit zorgt voor verslechtering van het toestandsbeeld.
2.3.
Om ernstig nadeel af te wenden en de geestelijke gezondheid van betrokkene te
stabiliseren, heeft betrokkene verplichte zorg nodig.
2.4.
Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn.
Uit de medische verklaring blijkt dat betrokkene onvoldoende bereid is om
behandeling of zorg op vrijwillige basis te accepteren. Betrokkene werkt momenteel op vrijwillige basis mee aan zijn behandeling. Desondanks geven zowel betrokkene als de sociaal psychiatrisch verpleegkundige aan dat een stok achter de deur in de vorm van een zorgmachtiging nodig is. Om die reden is verplichte zorg nodig.
2.5.
De in het verzoekschrift opgenomen vormen van verplichte zorg zijn gebaseerd op de medische verklaring, het zorgplan en de bevindingen van de geneesheer-directeur. Deze vormen van verplichte zorg zijn door de rechtbank tijdens de mondelinge behandeling met partijen besproken. Gelet op het voorgaande acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk om het ernstig nadeel af te wenden.
‘Reguliere verplichte zorg’
De rechtbank acht de volgende vormen van reguliere verplichte zorg noodzakelijk gedurende zes maanden:
  • het toedienen van medicatie, alsmede het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening; en
  • het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen (het meewerken aan ambulante behandeling);
‘Verplichte zorg in crisissituaties’
Ter zitting is expliciet besproken dat opname en de daarmee samenhangende vormen van verplichte zorg slechts worden toegepast indien op dat moment de reguliere vormen van verplichte zorg niet langer toereikend zijn om ernstig nadeel af te wenden. Ook zullen deze vormen van zorg alleen worden toegepast indien strikt noodzakelijk en met een zo kort mogelijke duur. In crisissituaties mag binnen de komende zes maanden gebruik worden gemaakt van de volgende vormen van verplichte zorg:
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- het uitoefenen van toezicht op betrokkene;
- het onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedragsbeïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;
- het controleren op de aanwezigheid van gedragsbeïnvloedende middelen; en
- het opnemen in een accommodatie.
2.6.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De voorgestelde verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.
2.7.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de verzochte duur van zes maanden met ingang van vandaag.

3..Beslissing

De rechtbank:
3.1.
verleent een zorgmachtiging ten aanzien van [naam betrokkene] voornoemd;
3.2.
bepaalt dat bij wijze van verplichte zorg de maatregelen zoals opgenomen in rechtsoverweging 2.5. kunnen worden getroffen;
3.3.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 8 april 2021.
Deze beschikking is op 8 oktober 2020 mondeling gegeven door mr. A.C. Hendriks, rechter, in tegenwoordigheid van J. Loggen, griffier en op 13 oktober 2020 schriftelijk uitgewerkt en getekend.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.