De rechtbank Rotterdam behandelde het verzoek van het CIZ voor een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf van een cliënt met een psychogeriatrische aandoening, namelijk dementie mogelijk Alzheimer, en stabiele schizofrenie. De advocaat van de cliënt betwistte de dementiediagnose, maar de rechtbank achtte de medische verklaring betrouwbaar en stelde vast dat het ernstig nadeel voortkomt uit de dementie, niet uit de schizofrenie.
Het ernstig nadeel betreft een aanzienlijk risico op lichamelijk letsel en verwaarlozing, ondanks intensieve ambulante zorg en ondersteuning, waaronder huishoudelijke hulp en dagbesteding. De cliënt vertoont problemen met zelfzorg, voeding en veiligheid in de woning. De zorg door de zussen is overbelast en zal binnenkort wegvallen door hun verhuizing.
De rechtbank concludeerde dat opname noodzakelijk en geschikt is om het ernstig nadeel te voorkomen, omdat uitbreiding van ambulante zorg niet mogelijk is en de cliënt zich verzet tegen opname vanwege gebrek aan ziektebesef. De machtiging wordt verleend voor zes maanden, tot 9 mei 2021. Tegen deze beschikking staat cassatie open.