De gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering verzocht de kinderrechter om vervangende toestemming voor medische behandeling van een vijfjarig kind bij de orthopedagogische zorginstelling de Hondsberg. De ouders weigerden toestemming te geven voor deze behandeling, die bestaat uit observatie, diagnostiek en een exploratieve behandeling.
De kinderrechter stelde vast dat het kind vermoedelijk een licht verstandelijke beperking, ADHD, autisme en het foetaal alcoholsyndroom heeft en ernstige gedragsproblemen vertoont, waaronder schreeuwen, gillen en niet te corrigeren gedrag. De situatie in het huidige gezinshuis was onhoudbaar geworden. De voorgestane behandeling werd als een specifieke medische behandeling aangemerkt, mede door de betrokkenheid van een psychiater.
De ouders voerden aan dat de Hondsberg niet geschikt is en dat lichtere ambulante behandelingen, zoals bij Ipse de Bruggen, voldoende zouden zijn. De kinderrechter oordeelde echter dat de problematiek van het kind dermate ernstig is dat ambulante zorg onvoldoende is en dat de Hondsberg de enige instelling is die de benodigde intensieve behandeling kan bieden.
De kinderrechter concludeerde dat aan de wettelijke criteria van artikel 1:265h BW is voldaan en verleende daarom vervangende toestemming voor de medische behandeling bij de Hondsberg. Een verzoek tot proceskostenveroordeling van de GI werd afgewezen.