Uitspraak
VONNIS (ontneming) (mk)
[naam veroordeelde] ,
€ 9.000,00(zegge: negenduizend euro);
€ 9.000,00(zegge: negenduizend euro);
Strafvordering ten hoogste kan worden gevorderd op 180 dagen.
Rechtbank Rotterdam
De rechtbank Rotterdam heeft op 18 november 2020 uitspraak gedaan in een zaak waarin de veroordeelde was veroordeeld wegens medeplegen van hennepteelt. De officier van justitie vorderde ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel tot een maximum van €9.000,00 op grond van artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht.
De veroordeelde erkende dat het voordeel €9.000 bedroeg, bestaande uit één betaling van €3.000 en drie betalingen van €2.000. De verdediging voerde aan dat de redelijke termijn was overschreden en dat rekening gehouden moest worden met een vordering van de belastingdienst, waardoor de ontnemingsvordering zou moeten worden gematigd of afgewezen.
De rechtbank stelde vast dat het voordeel inderdaad €9.000 bedroeg en dat er geen aanwijzingen waren dat de veroordeelde al betalingen aan de belastingdienst had gedaan. De overschrijding van de redelijke termijn werd erkend, maar de compensatie daarvoor was reeds in de hoofdzaak toegepast, zodat geen verdere gevolgen werden verbonden aan de termijnoverschrijding.
De rechtbank legde aan de veroordeelde de verplichting op om het volledige bedrag van €9.000 aan de staat te betalen en bepaalde de maximale duur van gijzeling bij niet-betaling op 180 dagen.
Uitkomst: De veroordeelde is verplicht het wederrechtelijk verkregen voordeel van €9.000 aan de staat te betalen.