Art. 6:4 WvggzArtikel 2 lid 1 Tijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veiligheid
AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Toewijzing zorgmachtiging voor betrokkene met ernstige psychische stoornissen
De rechtbank Rotterdam behandelde op 1 oktober 2020 het verzoek van de officier van justitie tot verlenging van een zorgmachtiging op grond van artikel 6:4 vanPro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) voor betrokkene, die lijdt aan een schizotypische persoonlijkheidsstoornis, een autismespectrumstoornis en een narcistische persoonlijkheidsstoornis.
Betrokkene vertoont ernstig nadeel door zijn psychische stoornissen, waaronder levensgevaar, ernstig lichamelijk letsel en verwaarlozing. Sinds 2013 is betrokkene in behandeling binnen de geestelijke gezondheidszorg na een langdurige TBS-opname wegens geweldsdelicten. Momenteel is sprake van een ernstige defecttoestand met apathie, fors oordeels- en kritiekstoornissen en afwezig ziektebesef. Verplichte zorg is noodzakelijk omdat betrokkene onvoldoende bereid is vrijwillige zorg te accepteren.
De rechtbank stelde vast dat de voorgestelde verplichte zorg, waaronder medicatietoediening, beperkingen in vrijheid en opname in een accommodatie, noodzakelijk, evenredig en effectief is. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven. De zorgmachtiging wordt daarom voor de duur van twaalf maanden toegekend, ingaande op de dag van de mondelinge beslissing, 1 oktober 2020.
De beschikking is op 1 oktober 2020 mondeling gegeven en op 7 oktober 2020 schriftelijk uitgewerkt. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: De rechtbank wijst de zorgmachtiging toe voor de duur van twaalf maanden met verplichte zorgmaatregelen.
Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
Team familie
Zaak-/rekestnummer: C/10/604416 / FA RK 20-7198
Betrokkenenummer: [nummer]
Schriftelijke uitwerking van de mondelinge beslissing van 1 oktober 2020 betreffende een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 vanPro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (hierna: Wvggz)
op verzoek van:
de officier van justitie in het arrondissement Rotterdam,hierna: de officier,
met betrekking tot:
[naam betrokkene],
geboren op [geboortedatum betrokkene] te [geboorteplaats betrokkene] ,
hierna: betrokkene,
verblijvende in Yulius, locatie [naam locatie] te Gorinchem,
advocaat mr. A. Stoel te Dronten.
1..Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit het verzoekschrift van de officier, ingekomen op 18 september 2020.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
de medische verklaring opgesteld door [naam psychiater] , psychiater, van 17 september 2020;
de zorgkaart van 17 september 2020;
het zorgplan van 20 mei 2020;
de bevindingen van de geneesheer-directeur over het zorgplan;
de gegevens over eerder afgegeven machtigingen op grond van de Wet Bopz en de Wvggz;
de relevante politiegegevens en/of de strafvorderlijke- en justitiële gegevens van betrokkene.
1.2.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 1 oktober 2020.
Bij die gelegenheid zijn (overeenkomstig artikel 2 lid 1 vanPro de Tijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veiligheid) via beeld- en geluidverbinding gehoord:
betrokkene en zijn hiervoor genoemde advocaat;
[naam regiebehandelaar] , regiebehandelaar, verbonden aan Yulius.
1.3.
De officier is niet ter zitting verschenen, omdat hij een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig achtte.
2..Beoordeling
2.1.
Bij beschikking van deze rechtbank van 22 april 2020 is op grond van artikel 6:4 WvggzPro een zorgmachtiging verleend tot en met 22 oktober 2020. Tijdig, te weten
18 september 2020 is onderhavig verzoek ingediend.
2.2.
Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling blijkt dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, te weten een schizotypische persoonlijkheidsstoornis, een autismespectrumstoornis en een narcistische persoonlijkheidsstoornis.
2.3.
Het gedrag van betrokkene leidt als gevolg van zijn psychische stoornis tot ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van, of het aanzienlijk risico op, levensgevaar, ernstig lichamelijk letsel en ernstige verwaarlozing. Betrokkene is sinds 2013 in behandeling binnen de GGZ na een langdurige TBS opname vanwege verschillende geweldsdelicten. Op dit moment vertoont betrokkene een ernstige defecttoestand met apathie. Hij ligt grote delen van de dag in bed. Betrokkene heeft forse oordeels- en kritiekstoornissen en een afwezig ziektebesef en ziekte-inzicht. De verwachting is dat bij het staken van medicatie betrokkene zal terugvallen in destructief gedrag. Betrokkene heeft voortdurend aansporing en begeleiding nodig in zelfzorg en eten en drinken. Hij kan niet inschatten welke zorg er nodig is en wat hij wel of niet kan.
2.4.
Om ernstig nadeel af te wenden en de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren, heeft betrokkene verplichte zorg nodig.
2.5.
Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn.
Uit de medische verklaring blijkt dat betrokkene onvoldoende bereid is om behandeling of zorg op vrijwillige basis te accepteren. Betrokkene wil graag op zichzelf wonen en denkt geen medicatie nodig te hebben.
Om die reden is verplichte zorg nodig. De in het verzoekschrift opgenomen vormen van verplichte zorg zijn gebaseerd op de medische verklaring, het zorgplan en de bevindingen van de geneesheer-directeur. Deze vormen van verplichte zorg zijn door de rechtbank tijdens de mondelinge behandeling besproken. Gelet op het voorgaande acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk om het ernstig nadeel af te wenden:
het toedienen van medicatie, ter behandeling van een psychische stoornis, het toedienen van depotmedicatie Xeplion 150 milligram per 4 weken;
het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, het desnoods onder dwang toepassen van algemene zelfzorg (douchen) twee keer in de week, zo nodig extra bij incontinentie;
het opnemen in een accommodatie.
2.6.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De voorgestelde verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.
2.7.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de verzochte duur van twaalf maanden met ingang van de dag van de mondelinge beslissing.
3..Beslissing
De rechtbank:
3.1.
verleent een zorgmachtiging ten aanzien van [naam betrokkene] voornoemd;
3.2.
bepaalt dat bij wijze van verplichte zorg de maatregelen zoals opgenomen in rechtsoverweging 2.5. kunnen worden getroffen;
3.3.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot 1 oktober 2021.
Deze beschikking is op 1 oktober 2020 mondeling gegeven door mr. D.C.J. Peeck, rechter, in tegenwoordigheid van H.J. de Wit, griffier, en op 7 oktober 2020 schriftelijk uitgewerkt en getekend.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.