Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1..Onderzoek op de terechtzitting
2..Tenlastelegging
3..Eis van de officier van justitie
- vrijspraak van het primair ten laste gelegde;
- bewezenverklaring van het subsidiair ten laste gelegde;
- veroordeling van de verdachte tot een taakstraf, bestaande uit een werkstraf, voor de duur van 60 uur met aftrek van het voorarrest;
- veroordeling van de verdachte tot een geheel voorwaardelijke jeugddetentie voor de duur van drie maanden met een proeftijd van twee jaar en met als bijzondere voorwaarden dat de verdachte zich houdt aan de aanwijzingen van Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond (JBRR), meewerkt aan behandeling bij Prokino of een soortgelijke instelling en eventueel andere hulpverlening indien JBRR dat nodig acht en een contactverbod met de medeverdachten zolang en indien JBRR dat nodig acht.
4..Waardering van het bewijs
5..Strafbaarheid van het feit
6..Strafbaarheid verdachte
7..Motivering van de straf
8..Vorderingen van de benadeelde partijen
9..Toepasselijke wettelijke voorschriften
10..Bijlagen
11..Beslissing
jeugddetentie voor de duur van drie maanden,
- de veroordeelde zal medewerking verlenen aan jeugdreclasseringstoezicht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen en het zich melden bij de jeugdreclassering zo vaak en zolang als de jeugdreclassering dit noodzakelijk acht;
werkstrafvoor de duur van
60 (zestig) uur, waarbij de Raad voor de Kinderbescherming dient te bepalen uit welke werkzaamheden de werkstraf dient te bestaan;
52 (tweeënvijftig) uurte verrichten werkstraf resteert;
26 (zesentwintig) dagen;
€ 4.159,90 (zegge: vierduizendhonderdnegenenvijftig euro en negentig eurocent),bestaande uit € 159,90 aan materiële schade en € 4.000,00 aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 24 maart 2020 tot aan de dag der algehele voldoening;
€ 4.100,00 (zegge: eenenveertighonderd euro),bestaande uit € 100,00 aan materiële schade en € 4.000,00 aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 24 maart 2020 tot aan de dag der algehele voldoening;
€ 4.047,65 (zegge: vierduizendzevenenveertig euro en vijfenzestig eurocent),bestaande uit € 47,65 aan materiële schade en € 4.000,00 aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 24 maart 2020 tot aan de dag der algehele voldoening;
€ 4.000,00 (zegge: vierduizend euro)aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 24 maart 2020 tot aan de dag der algehele voldoening;